Delen

Veelgestelde vragen BMI

Erkent het CCV opleidings- en exameninstellingen?
Nee. Het CCV beheert de Regeling Brandmeldinstallaties. In de regeling staan de eind- en toetstermen.
Welke diploma’s zijn geldig voor de Regeling BMI?

In september 2006 is in de markt discussie ontstaan over acceptatie van andere diploma’s dan de bekende NCP- of Certoplandiploma’s voor opleidingen in het kader van de Regeling Brandmeldinstallaties 2002. Het gaat dus over beroepsopleidingen en over vakbekwaamheid van personeel bij gecertificeerde bedrijven. Het CCV vindt dat het primair de verantwoordelijkheid van de ondernemer is om te zorgen dat zijn personeel beschikt over de kennis en kunde die noodzakelijk zijn om de ondernemingsdoelstellingen te realiseren. Het is daarbij goed dat de ondernemer een keuze kan maken uit opleidingen en examens die het beste bij zijn bedrijfssituatie passen. De Regeling Brandmeldinstallaties schrijft geen diploma’s voor maar geeft eindtermen waaraan medewerkers moeten voldoen. Opleidings- en exameninstituten moeten zich houden aan vastgestelde eind- en toetstermen. De taak van de certificatie-instellingen (CI's) is te beoordelen of certificaathouders voldoen aan de eisen uit de regeling, waaronder de in de regeling opgenomen eind- en toetstermen (vakbekwaamheidseisen). Certificaathouders kunnen in dit verband met een diploma aantonen dat zij aan de gestelde vakbekwaamheidseisen voldoen. Het is aan de CI – en aan niemand anders - om te beoordelen of het getoonde diploma voldoet aan de eind- en toetstermen uit de regeling. Voor diploma’s in het kader van de Regeling Brandmeldinstallaties 2002 betekent dit dat certificaathouders bij hun CI moeten kunnen vragen of de CI een diploma van een bepaalde instelling accepteert. Daartoe moet de CI zich een beeld vormen van de inhoud van de opleiding en de wijze van examinering. Deze moeten voldoen aan de eind- en toetstermen zoals in de Regeling Brandmeldinstallaties gedefinieerd.

Wie mag een BdB schrijven?
Een Basisdocument Brandveiligheid (BdB) is een intern stuk van de inspectie-instelling. Het wordt door een inspectie-instelling opgesteld.
Wat is een Basisdocument Brandveiligheid?

Bij oplevering of na onderhoud van de BMI kan het nodig zijn dat de brandmeldinstallatie conform de regeling Brandmeldinstallaties 2002 wordt geïnspecteerd. Basis voor een inspectie is het goedgekeurde Programma van Eisen (PvE) (vaak door de erkende PvE-opsteller gemaakt) en de onderliggende norm. De inspectie-instellingen moeten planmatig te werk gaan, duidelijk vastleggen wat tel inspecteren en welke punten tot afkeuring kunnen leiden. De planmatige vastlegging van inspectiewerkzaamheden kan de inspectie-instellingen doen in de vorm van een inspectieplan. Dit inspectieplan is een intern document voor eigen gebruik door de inspecteur. Inspectie-instellingen noemen het inspectieplan ook wel Basisdocument Brandbeveiliging (BdB). Dit inspectieplan is gebaseerd op het door de eisende partij(en) goedgekeurde PvE voor de installatie. Omdat het Programma van Eisen ten grondslag ligt aan het inspectieplan heeft het inspectieplan veel overeenkomsten met het PvE, maar heeft het een andere functie.

Wat is een Masterplan Brandveiligheid?

Het Masterplan Brandveiligheid (MPB) maakt onderdeel uit van het model Integrale Brandveiligheid Bouwwerken (IBB). Dit model is nog in ontwikkeling; vorm en inhoud van het MPB staan nog niet vast. De beoogde functie van het MPB is, voor een specifiek bouwwerk te beschrijven welk integraal pakket bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen de opdrachtgever en eventuele eisende partijen (laten) nemen ter afdekking van de brandrisico's. Met name de onderlinge samenhang van de maatregelen speelt hierin een wezenlijke rol. In het MPB wordt dus ook vastgelegd welke brandbeveiligingsinstallaties moeten worden aangebracht. Voor deze installaties moeten dan individuele uitgangspunten in een document worden vastgelegd conform de voor de installatie geldende certificatieregeling. Het MPB neemt dus niet de plaats in van dergelijke documenten.

Bij welke instanties kan ik erkenning aanvragen voor het opstellen van PvE's?
U kunt het beste contact opnemen met één van de certificatie-instellingen.
Mag een geaccrediteerde inspectie-instelling een PvE opstellen?
Nee, om de onafhankelijkheid van een geaccrediteerde inspectie-instelling te waarborgen houden zij zich niet bezig met het ontwerp, aanleg en onderhoud van brandbeveiliging. Zij voeren alleen inspecties uit.
Wie mag een PvE schrijven?
Eisenpakketten van twee of meer eisende partijen moeten worden geintegreerd door een erkende PvE-opsteller. Deze persoon moet voldoen aan een aantal eisen. Deze eisen vindt u in paragraaf 3.2.2 van de 'Regeling Brandmeldinstallaties 2002'. In paragraaf 3.2.1 vindt u de eisen die worden gesteld aan het bedrijf.
Wat is een programma van eisen?

Voor een brandmeldinstallatie moeten door of namens de eisende partij(en) de uitgangspunten worden vastgelegd. De uitgangspunten worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE) waarvan een model in de NEN 2535 wijzigingsblad A1 (april 2002) is opgenomen. Dit PvE mag worden uitgebreid met aanvullende toetsingscriteria of specifieke uitgangspunten mits de opbouw (drie blokken: gegevens, eisen en goedkeuring) en de volgorde van de huidige eisen niet wordt gewijzigd. De aanvullingen moeten in een bijlage worden toegelicht. Het PvE moet altijd zijn ondertekend door of namens de eisende partij(en). Is het PvE niet aanwezig of ondertekend dan kan de brandmeldinstallatie niet worden gecertificeerd. De beschikbaarheid van een ondertekend PvE is dus een belangrijke randvoorwaarde voor certificering. Het PvE is het enige document dat daarvoor mag worden gebruikt.

Kan de brandmeldinstallatie worden gecertificeerd terwijl het installatiebedrijf niet erkend is?

Nee, de Regeling Brandmeldinstallaties 2002 is er in artikel 1.2.1 duidelijk over: "Als een activiteit onder de verantwoordelijkheid van het erkend Branddetectiebedrijf door een derde partij (bijvoorbeeld: ontwerpbureau, installatiebedrijf of onderhoudsbedrijf) wordt uitgevoerd, dan moet deze derde partij volledig voldoen aan de criteria van de betreffende activiteit." De gangbare praktijk onder de Regeling BMI 2002 is dat installatiebedrijven dus gecertificeerd moeten zijn. De Regeling BMI 2002 biedt geen mogelijkheid voor uitzonderingen.

Moet een ontruimingsinstallatie worden gecertificeerd?
Er is geen certificatieregeling voor ontruimingsinstallaties, wel dienen zij te voldoen aan NEN 2575.
Hoe wordt mijn bedrijf erkend volgens de Regeling Brandmeldinstallaties 2002?

Een bedrijf dat wil worden gecertificeerd volgens de Regeling Brandmeldinstallaties kan zich daarvoor aanmelden bij één van de zes certificatie-instellingen die deze regeling uitvoeren. De certificatie-instellingen kunnen informatie geven over hoe het certificeringstraject in elkaar zit en welke kosten daarmee zijn gemoeid. Het loont om te shoppen bij de zes CI’s en te kijken welke certificatie-instelling het beste aansluit op de wensen en verlangens van het te certificeren bedrijf.

Mag een PvE voor een brandmeldinstallatie gecombineerd worden met een PvE voor een ontruimingsalarminstallatie?

Ja. Het komt vaak voor dat een Programma van Eisen (PvE) voor een brandmeldinstallatie gecombineerd wordt met een PvE voor een ontruimingsalarminstallatie. Uit certificatieoogpunt bestaat hiertegen geen bezwaar.

Ik heb een bestaande BMI van vóór 1 november 2008 beoordeeld. Bijna alle punten voldoen aan de technische eisen in de NEN 2535:1996/A1:2002, maar enkele niet. Deze voldoen echter wel aan vergelijkbare technische eisen in de NEN 2535:2009. Kan ik nu een certificaat afgeven?

Het is niet toegestaan om in het Programma van Eisen (PvE) afwijkingen van de norm op te nemen. Wel is het mogelijk om in plaats van een technische eis in NEN 2535:1996/A1:2002 te voldoen aan de vervangende technische eis in NEN 2535:2009.

Het certificaat mag worden verstrekt als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • De betreffende technische eis heeft geen organisatorisch of bouwkundig component.
  • Het branddetectiebedrijf geeft in het Rapport van Oplevering duidelijk aan welke punten (inclusief artikelnummer) niet voldoen aan NEN 2535:1996/A1:2002, maar wel aan NEN 2535:2009.
  • Aan alle overige certificatie-eisen is voldaan.
Is plaatsing van een handmelder met een klepje in een brandslanghaspelkast toegestaan om ongewenste activering te voorkomen (in een sporthal of school)? En is een handmelder die moet worden geactiveerd met een sleutel toegestaan (in een gevangenis)?

De uitvoering van een handbrandmelder met een klepje is toegestaan op basis van artikel 6.3 van de NEN 2535:2009 (tweehandelingenprincipe conform EN 54-11). Een handbrandmelder in een slanghaspelkast is toegestaan als deze via een sparing in de deur van de kast zichtbaar is. Voor een handbrandmelder die met een sleutel moet worden geactiveerd, is geen eenduidig antwoord te geven binnen de publicatie Certificatie van bestaande brandmeldinstallaties.

Mag er een certificaat volgens de regeling BMI:2002 worden afgegeven als er in een liftschacht met besturingsapparatuur in de schacht geen melder is?

Nee, in liftschachten dient detectie te worden aangebracht. Dit is geen geaccepteerde afwijking.

Mag er volgens de regeling BMI:2002 een certificaat worden afgegeven voor een situatie waarbij er in klaslokalen tot honderd vierkante meter één rookmelder is aangebracht en er geen overheidseis is voor automatische detectie?

Een aanwezigheid van één rookmelder per 100 m2 komt niet overeen met de projectierichtlijn van de norm NEN 2535. Voor certificatie is nodig dat met een proefbrand wordt aangetoond dat aan de prestatie-eis voor brandgrootte is voldaan. Als niet aan de prestatie-eis voor brandgrootte is voldaan mag er geen certificaat worden afgegeven volgens de regeling BMI: 2002.

Op 1 april 2012 is het nieuwe Bouwbesluit ingegaan. Daarin staat dat BMI’s in bepaalde gevallen een inspectiecertificaat nodig hebben. Moet mijn BMI nu direct worden geïnspecteerd?

Nee, dat hoeft niet per 1 april 2012, wel uiterlijk 1 januari 2015. Het Bouwbesluit 2012 kent een overgangsregeling die loopt tot 1 januari 2015. In deze overgangsperiode is zowel de oude als de nieuwe bouwregelgeving toepasbaar. Moest u onder de oude regelgeving (bijvoorbeeld: Gebruiksbesluit 2008) beschikken over een gecertificeerde BMI, dan moet u nagaan of deze verplichting voor u ook blijft bestaan onder het Bouwbesluit 2012. Is dat het geval, dan moet u uiterlijk 1 januari 2015 beschikken over een inspectiecertificaat. Het is verstandig om u hierop tijdig te oriënteren en eventueel actie te ondernemen.

Wij hebben een BMI. Deze is conform het Programma van Eisen (PvE) aangesloten op de meldkamer van de brandweer. Nu hebben we een brief gehad van de brandweer dat wij onze aansluiting moeten overzetten naar een particuliere alarmcentrale. Dit wordt binnenkort uitgevoerd. Maar in het PvE staat dat we op de meldkamer van de brandweer aangesloten moeten zijn. Krijgen we nu afkeur bij inspectie?

De brief van de brandweer is een aanvulling van de brandweer op het PvE. U moet deze brief daarom goed bewaren. Met de aanvulling op het PvE is er straks bij inspectie geen probleem met het feit dat uw BMI niet meer doormeldt naar de brandweermeldkamer, maar naar een particuliere alarmcentrale.

Zodra er een noodzaak is om uw bestaande PvE aan te passen, kunt u de veranderingen over de doormelding ook in het nieuwe PvE laten verwerken.

Is het gebruik van draadloze componenten in bestaande BMI’s toegestaan?

In het geval van gebruik van draadloze componenten in bestaande installaties moet het volgende worden aangehouden:

  • De installatie moet voldoen aan de norm die gold ten tijde van aanleg;
  • Het draadloos uitgevoerde gedeelte van de installatie moet voldoen aan NEN 2535:2009;
  • De draadloze componenten moeten voorzien zijn van een productcertificaat volgens EN 54-25;
  • Er moet voor de installatie een PvE zijn dat voldoet aan NEN 2535:2009 (afstemming met bevoegd gezag!);
  • Er moet een Rapport van Oplevering/Inbedrijfstelling zijn waarin ten aanzien van het draadloos uitgevoerde gedeelte wordt vermeld dat het niet voldoet aan NEN 2535:1996/A1:2002 maar wel aan NEN 2535:2009.
Waar kan ik de antwoorden op veelgestelde vragen over NEN 2535 vinden?

NEN publiceert de antwoorden op vragen over NEN 2535. U vindt de NEN-pagina met veelgestelde vragen over NEN 2535 op de website nen.nl.