Minder minderjarige verdachten van misdrijven
Het aantal minderjarige verdachten van misdrijven nam de afgelopen jaren sterk af. Zo is het aantal vernielingen door minderjarigen in drie jaar tijd meer dan gehalveerd. Kinderen van verdachte ouders komen relatief vaak in aanraking met de politie. Dit zijn enkele conclusies die worden getrokken op basis van de publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving 2011.
Met de publicatie schetst het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) samen met het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en de Raad voor de Rechtspraak een integraal beeld van ontwikkelingen op het gebied van criminaliteit, slachtofferschap, vervolging en rechtshandhaving.
Dalende trend
Onder jongeren is de dalende trend sterker dan gemiddeld. Het aantal geregistreerde minderjarige verdachten was in 2011 met 54 duizend ruim een derde lager dan in 2008. Het aantal minderjarige jongeren dat wordt verdacht van vernielingen en openbare orde misdrijven, is in die periode zelfs meer dan gehalveerd.
Grotere gemeenten
In 2011 werd bijna drie procent van alle jongens en bijna één procent van alle meisjes verdacht van een misdrijf. Deze aandelen verschillen per gemeente. Van de grotere gemeenten kenden in 2010 Rotterdam en Den Haag met zes procent het hoogste aandeel verdachte jongens; Emmen en Tilburg met minder dan twee procent het laagste.
Slachtofferschap
Een kwart van de bevolking van vijftien jaar en ouder was in 2011 slachtoffer van een misdrijf, zoals een vermogens-, gewelds- of vandalisme-delict. Dit aandeel bleef de laatste jaren vrijwel constant. Leeftijd speelt een belangrijke rol bij de kans op slachtofferschap. Van de 18 tot 24 jarigen was meer dan een derde slachtoffer in 2011. Onder 55-plussers was dit aandeel minder dan twintig procent. Van de groep van 75 jaar en ouder werd tien procent slachtoffer in 2011.
Links
- Lees Criminaliteit en Rechtshandhaving 2011 op de site van het CBS.



