Delen
25 sep 2012

Onderzoek naar gedwongen draagmoederschap en orgaandonatie

Achter draagmoederschap in het buitenland kan een wereld van mensenhandel schuilgaan. De overheid moet daarom wensouders die gebruikmaken van een draagmoeder in het buitenland beter voorlichten. Die aanbeveling doet Corinne Dettmeijer, de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, in een onderzoek naar gedwongen commercieel draagmoederschap en orgaantoerisme.

Gedwongen draagmoederschap

In Nederland zijn de regels rondom draagmoederschap streng. Commercieel draagmoederschap (het zijn van draagmoeder voor een financiële vergoeding) is niet toegestaan, in tegenstelling tot landen als de Verenigde Staten, India en Oekraïne. Internet, mondialisering en voortschrijdende voortplantingstechnieken maken het gebruik van die buitenlandse diensten steeds laagdrempeliger. Daarin schuilt echter een risico: de rechten van draagmoeders worden niet in alle landen gewaarborgd. "Niemand wil meewerken aan het verschijnsel dat vrouwen worden uitgebuit om kinderen te krijgen. De overheid zou wensouders daarom over deze risico’s moeten voorlichten. Dat wordt nu nog niet gedaan", aldus Dettmeijer.

Gedwongen afstaan van organen

Er zijn geen aanwijzingen dat gedwongen afstaan van organen veel voorkomt in Nederland of dat Nederlanders zich daaraan in het buitenland schuldig maken. "Gelet op het nog steeds nijpende tekort aan orgaandonoren, internationalisering en internet blijft waakzaamheid geboden. Vormen van mensenhandel die wij in het buitenland zien, gaan hier vroeg of laat ook spelen. Daar moeten we op voorbereid zijn", aldus Dettmeijer. 

Links