Delen
09 jan 2012

Veroordelen mensenhandelaren is lastig

Het is lastig om tot een veroordeling voor mensenhandel te komen: slechts iets meer dan de helft van de zaken eindigt in een veroordeling. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRM) concludeert dit op basis van onderzoek naar de vervolging en berechting van mensenhandelzaken.

Veroordeling

Het Openbaar Ministerie (OM) handelt jaarlijks gemiddeld tweehonderd zaken betreffende mensenhandel af. Hiervan komen er zo’n honderddertig voor de rechter. Bij ruim de helft hiervan (58 procent) komt het tot een veroordeling voor mensenhandel.

Onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen

In bijna alle (91 procent) veroordelingen voor mensenhandel legt de rechter een onvoorwaardelijke of deels voorwaardelijke vrijheidsstraf op. De duur van de onvoorwaardelijke straf is in de periode 2006-2010 gemiddeld echter korter dan in de periode ervoor.

Strafverzwarende omstandigheden

Bij de meeste zaken is sprake van verzwarende omstandigheden, meestal omdat het feit door meerdere personen is gepleegd en/of omdat een kind jonger dan zestien jaar het slachtoffer is. Volgens de nieuwe mensenhandelrichtlijn van de Europese Unie is mensenhandel gepleegd tegen kinderen altijd een strafverzwarende omstandigheid, ook als het slachtoffer zestien of zeventien is. Bij minstens zestien procent van alle bij het OM ingeschreven zaken is in ieder geval een slachtoffer jonger dan achttien jaar betrokken.

Specialisatie van de rechterlijke macht

De afhandeling van zaken betreffende mensenhandel door het OM is zeer ongelijk verdeeld over de verschillende regio’s. Sommige rechtbanken behandelen maar zelden een betreffende zaak waardoor ze weinig specifieke ervaring opdoen. Een voorstel voor herziening van de gerechtelijke macht gaat dit mogelijk veranderen. In het wetsvoorstel staat dat mensenhandelzaken in de toekomst door tien rechtbanken worden afgedaan. Deze concentratie draagt bij aan een specialisatie.

Links