Komende twee jaar landelijke invoering van Burgernet
In de komende twee jaar wordt Burgernet landelijk ingevoerd. Hiervoor is vier miljoen euro uitgetrokken. Met Burgernet betrekt de politie het publiek bij een zoekactie naar een verdachte, een voertuig of een vermist persoon.
De deelnemers krijgen een ingesproken mededeling over een gezocht persoon of voertuig te horen op hun vaste of hun mobiele telefoon, of ze krijgen een sms-bericht. Als zij vervolgens iets zien of horen dat overeenkomt met het signalement, bellen zij direct naar een gratis telefoonnummer in de meldkamer van de politie. Zo kan de politie gerichter en sneller zoeken. Na afloop van de zoekactie krijgen alle deelnemers weer een bericht met informatie over het resultaat.
Proef met Burgernet
Tussen november 2008 en mei 2009 is een proef met Burgernet gehouden in vijf politieregio’s. Negen gemeenten deden hieraan mee. Begin dit jaar zijn nog vijf gemeenten met Burgernet gestart. De resultaten van de proef zijn goed. Mensen willen graag meedoen om op die manier een actieve bijdrage te leveren aan de veiligheid. Bijna niemand haakte af en 97 procent van de deelnemers wilde ook na afloop van de proefperiode blijven meedoen.
In de proefperiode is Burgernet ongeveer 200 keer ingezet. In bijna tien procent van die meldingen heeft informatie van een Burgernetdeelnemer bijgedragen aan het aanhouden van een verdachte of het opsporen van een vermiste. Naast een bijdrage aan directe opsporing heeft Burgernet ook tot informatie voor de opsporing geleid.
Burgerparticipatie
Burgernet is door de betrokken gemeenten meegenomen in het lokale integrale veiligheidsbeleid als een concrete vorm van burgerparticipatie. Burgernet heeft, naast harde opsporingsresultaten, aantoonbaar effect op het verbeteren van het veiligheidsgevoel van mensen. De Burgernetdeelnemers willen een actieve bijdrage leveren aan veiligheid en zien dat ook als een eigen verantwoordelijkheid. De tevredenheid over de politie is door de bijdrage aan Burgernet waarneembaar gestegen.
Links
- Zie voor meer informatie het persbericht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.



