Woningcriminaliteit - Verslag van een onderzoek voor het Nationaal dreigingsbeeld 2012
Het is de verwachting dat het aantal woninginbraken en het aantal woningovervallen de komende jaren op het huidige niveau blijven. Uiteenlopende preventieve maatregelen kunnen woninginbraken wel voorkomen of bemoeilijken, maar tegen woningovervallen zijn maar weinig preventieve maatregelen te nemen. Dit en meer blijkt uit het rapport 'Woningcriminaliteit', gemaakt in het kader van het Nationaal Dreigingsbeeld 2012.
Probleemstelling
Inzicht krijgen in de aard, omvang, daders, maatschappelijke gevolgen en toekomstige ontwikkelingen van woninginbraken en woningovervallen.
Beschrijving
Dit rapport over woningcriminaliteit is een van de deelrapporten die de bouwstenen voor het Nationaal dreigingsbeeld 2012 vormen. Het onderzoeksdomein is beperkt tot woningcriminaliteit met een georganiseerd karakter. De vormen van woningcriminaliteit die in dit rapport aan bod komen, zijn woninginbraken en woningovervallen.
Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) leverde een bijdrage aan het rapport en een bijbehorende bijeenkomst van Dienst Nationale Recherche Informatie (IPOL), vanwege de kennis van het CCV op het terrein van overvallen en inbraken.
Conclusies
Woninginbraak
- De herfst en winter zijn nog steeds de ‘favoriete’ inbraakseizoenen, maar het aandeel woninginbraken in de lente en zomer neemt toe. Woninginbraken zijn vaak gericht op duurdere elektronica, sieraden, geld en kluizen. Een gewild doelwit zijn woningen van middenstanders.
- De manier waarop inbrekers de woning binnentreden is nauwelijks veranderd: ze breken ramen of deuren open, breken de slotcilinder af, boren gaatjes of komen binnen met een babbeltruc. Wel lijken daders meerdere modi operandi te hanteren: ze zijn minder specialist en meer generalist en hanteren diverse werkwijzen door elkaar.
- Bij georganiseerde woninginbraak zijn, naast de gelegenheidsinbreker en de professionele inbreker, de inbrekersbende en de rondtrekkende dadergroep te onderscheiden. De inbrekersbende handelt vaak in opdracht, bereidt zich goed voor en is vaak te herkennen aan een specifieke modus operandi. Rondtrekkende dadergroepen zijn vooral afkomstig uit Polen, Litouwen en Roemenië. Ze zijn zeer mobiel, doen doorgaans niet aan voorverkenning, bereiden zich ter plaatse voor en plegen in aangesloten periodes meerdere woninginbraken per dag.
Woningovervallen
- Terwijl het totale aantal overvallen sinds 2009 daalt, neemt het aandeel woningovervallen toe: in 2011 was een op de drie overvallen een woningoverval. Iets meer dan de helft van de woningovervallen in 2009 werd gepleegd door relatief onvoorbereide daders (hit-and-run). In de meeste gevallen zijn het lokale daders. De te overvallen woning wordt niet willekeurig gekozen, er is vaak een relatie tussen dader en slachtoffer.
- Een derde van de overvallen werd gepleegd door min of meer professionele daders. Daders van overvallen op woningen van criminelen en ondernemers gaan professioneler te werk dan daders van overvallen op woningen van kwetsbare personen.
Gevolgen overvallen en inbraken
- Voor de slachtoffers zijn woningovervallen erg bedreigend. Zij kunnen ernstige lichamelijke en geestelijke schade oplopen: ze zijn angstig en voelen zich niet meer veilig in hun huis. Ook vallen er veel gewonden en incidenteel zelfs doden.
- De gevolgen van een woninginbraak zijn voor de slachtoffers vooral financieel en emotioneel van aard. De emotionele gevolgen zijn het verdriet over het verlies van dierbare bezittingen, een aantasting van het veiligheidsgevoel en de angst voor een nieuwe inbraak.
Toekomstverwachting
- Het is de verwachting dat het aantal woninginbraken op de korte termijn constant blijft. Wel kunnen door uiteenlopende preventieve maatregelen, woninginbraken worden voorkomen of bemoeilijkt.
- De bestrijding van woningovervallen heeft een hoge prioriteit. Toch is de verwachting dat het aantal woningovervallen de komende jaren op het huidige (hoge) niveau blijft. Tegen woningovervallen zijn namelijk preventief maar weinig maatregelen te nemen, er zijn veel potentiële doelwitten en de drempel om geweld te gebruiken is laag.
Auteurs
S. Mesu en D. van Nobelen
Organisatie
Korps landelijke politiediensten, dienst IPOL



