Veilig rond en in school
Scholen willen leerlingen en personeel een veilige omgeving bieden om in te werken en te leren. Een veilige omgeving verhoogt de leer- en werkprestaties van iedereen die zich in de school bevindt.
Het schoolgebouw en de omgeving moeten veilig zijn: het schoolterrein, de schoolomgeving (buurt of wijk) en de routes van en naar school. Naast de feitelijke onveiligheid en incidenten speelt ook de beleving van veiligheid een rol: leerlingen en medewerkers moeten zich in en om school veilig kunnen voelen, de zogenoemde sociale veiligheid.
Pesten, fysiek geweld, vandalisme, graffiti, wapenbezit, agressie, diefstal, heling, insluiping, drugs- en drankgebruik zijn factoren die een school onveilig maken. Ook zaken die mensen minder snel in verband zullen brengen met (on)veiligheid, zoals brandstichting, inbraken en vernieling, kunnen juist een doorslaggevende invloed hebben op de veiligheid en met name ook het veiligheidsgevoel.
Een school kan samenwerken met gemeente, politie en andere relevante partijen om de veiligheid rond en in de school structureel te verbeteren.Iedere partner stemt vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid zijn mogelijkheden af op die van de anderen in het samenwerkingsverband.
Aanpak Veilig Rond en in School (VRIS)
Veiligheid is en blijft een noodzakelijke voorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs. Van leerlingen en medewerkers die zich niet veilig voelen op school kan niet verwacht worden dat zij volwaardig deelnemen aan het onderwijs. Scholen die het beste uit hun leerlingen en onderwijspersoneel willen halen, zorgen daarom voor een veilig schoolklimaat. Dat kunnen scholen niet alleen. Door samen te werken met maatschappelijke partners, lossen scholen veiligheidsproblemen eenvoudiger op. Samenwerking vormt dan ook de basis van de aanpak Veilig Rond en In School (VRIS). Voor deze inspanningen kan de school een VRIS-certificaat aanvragen. Hiermee laat de school zien de veiligheid van haar leerlingen en personeel serieus te nemen.
Uitgangspunt in VRIS aanpak is en blijft dat de school initiatiefnemer is. Met ‘school’ wordt bedoeld: leerlingen (inclusief ouders en verzorgers), personeel (onderwijsgevend, onderwijsondersteunend en leidinggevend), directie en bestuur. Om de veiligheidsproblemen op te lossen vormt de school met andere partijen een samenwerkingsverband. Deze andere partijen zijn bijvoorbeeld:
- de gemeente
- de politie
- instellingen op het terrein van jeugdzorg, opbouw- en jongerenwerk
- buurt- en wijkbeheer
- justitie
- brandweer en openbare vervoersbedrijven
VRIS helpt bij het verbeteren van de schoolveiligheid. Het is een model waarin sociale en fysieke maatregelen kunnen worden ingepast. Door gebruik te maken van de aanpak VRIS zetten scholen een cyclisch proces in met doelstellingen, activiteiten en gedefinieerde maatregelen om de veiligheid rond en in de school te verbeteren.
|
Scholen kunnen ook problemen als geweld, agressief gedrag en brandveiligheid het beste in breed verband aanpakken. Een overzicht van veelbelovende of effectieve aanpakken, handreikingen en protocollen over geweld op school staan in het dossier Geweld op school. Maatregelen op het gebied van brandveiligheid staan in het dossier Brandveiligheid in en rond scholen. |
Het gebruik van VRIS is vrijwillig, maar het is niet vrijblijvend. Dat geldt voor alle betrokkenen in een samenwerkingsverband: wie meedoet, doet ook écht mee en moet de afgesproken prestaties leveren.
De school en het samenwerkingsverband kunnen op vrijwillige basis certificering aanvragen bij een onafhankelijke certificatie-instelling. Aan de certificering zijn wel kosten verbonden. De certificatie-instelling beoordeelt of de school voldoet aan de gestelde samenwerkingseisen en of zij volgens de uitgangspunten van het VRIS werken.
Een positieve beoordeling levert het VRIS-certificaat op. Met dit certificaat laat de school zien dat de school zich maximaal inzet om samen met hun partners een veilige(r) school- en leerklimaat te realiseren.
De kern van VRIS wordt gevormd door de stappen van het cyclische veiligheidsbeleid:
- Met de partners nagaan wat er aan de hand is (veiligheidsonderzoek).
- Afspreken wat daaraan gaat gebeuren (veiligheidsanalyse, doelen, plan).
- De afgesproken maatregelen uitvoeren (doen).
- Nagaan of gedaan is wat werd afgesproken en nagaan hoe de situatie er nu uitziet (evaluatie).
Deze cyclus wordt steeds opnieuw doorlopen. Het is een positieve spiraal waarbij de school na iedere ronde een stap komt op de weg naar een veiliger school.
Voor VRIS is dit cyclische veiligheidsbeleid opgebouwd uit acht stappen, die hieronder schematisch zijn weergegeven. Het proces herhaalt zich waarbij doelen en maatregelen in de loop van de tijd kunnen veranderen.
Stappen |
Toelichting |
|
1. Samenwerking vormgeven |
Met behulp van een intentieverklaring geven betrokken partijen aan met wie en op welke wijze ze samenwerken. |
|
2. Veiligheidsanalyse |
De analyse maakt de veiligheidsproblemen inzichtelijk. De school bespreekt deze met interne en externe betrokkenen en stelt vervolgens prioriteiten. |
|
3. Plan van aanpak |
In het plan van aanpak staan de doelstellingen, maatregelen en activiteiten gedefinieerd. |
|
4. Goedkeuren van plan van aanpak |
Als de samenwerkende partijen de analyse, het plan van aanpak én de ambities hebben beschreven, kan na goedkeuring begonnen worden met de uitvoering van het plan van aanpak. Wil de school gecertificeerd worden, dan is dit de fase waarin een onafhankelijke instantie toetst of de school in aanmerking komt voor het VRIS-certificaat. |
|
5. Uitvoering plan van aanpak |
In de uitvoeringsfase voeren de partijen de gekozen maatregelen daadwerkelijk uit en evalueren deze jaarlijks. |
|
6. Evaluatie en nieuwe analyse |
De VRIS-partners stellen vast wat er goed gaat en wat voor verbetering vatbaar is. Uitkomsten van de evaluatie vormen een actielijst met verbeterpunten ter uitvoering. Ook maken ze weer een nieuwe analyse, zoals vermeld bij stap 2. |
|
7. Plan van aanpak vernieuwen |
De evaluatie en nieuwe analyse geven inzicht in nieuwe activiteiten en vormen de basis voor een nieuw plan van aanpak. Heeft de school een VRIS-certificaat dan wordt nu hercertificering aangevraagd. |
|
8. Nieuwe cyclus |
Stappen 2 t/m 7 worden weer doorlopen. |
Het 'Handboek VRIS voor het voortgezet onderwijs’ en het 'Handboek VRIS voor het primair onderwijs' bevatten het uitgewerkte stappenplan om de aanpak VRIS vorm te geven. Een digitale versie van het stappenplan is opgenomen bij dit instrument.
Ervaringen met het cyclisch werken van het Rijswijkse Stanislas-college zijn te lezen op de website van het Arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs.
Aard en omvang
Het Onderwijsverslag 2009-2010 laat zien dat de meeste scholen (90 procent) beleid hebben waarmee ze de sociale veiligheid voor leerlingen en personeel waarborgen. Dat betekent niet dat er nooit incidenten zijn, maar wel dat scholen het nodige doen om incidenten te voorkomen en om die, als ze zich toch voordoen, goed af te handelen.
Uit de veiligheidsmonitor ‘Ontwikkeling van sociale veiligheid in het Voortgezet (Speciaal) Onderwijs 2006-2010’ blijkt dat het in het primair (speciaal) en voortgezet (speciaal) onderwijs in grote lijnen veilig is. Dit blijkt uit de gevoelens van veiligheid, de (geringe) mate van ongewenst sociaal gedrag, en de geringe aantallen incidenten en ervaringen als slachtoffer, dader of getuige met verschillende soorten geweld. Daarnaast geven de resultaten aan dat er op sociaal veiligheidsgebied nog wel het een en ander kan worden verbeterd.
Rol CCV
Het CCV heeft de aanpak VRIS, het handboek VRIS voor het voortgezet onderwijs, handboek VRIS voor het primair onderwijs en het VRIS-certificeringschema in beheer.
In het dossier Geweld op school staat een helder overzicht van veelbelovende en effectieve aanpakken, handreiking en protocollen over geweld op school. Zo helpt het CCV scholen en samenwerkingspartners om overzicht te krijgen in het aanbod en hieruit een keuze te maken voor de meest optimale aanpak van geweld op school.
Met het dossier Brandveiligheid in en rond scholen biedt het CCV voor specifieke maatregelen waarmee scholen de brandveiligheid kunnen verbeteren
Het CCV ontwikkelde de leidraad convenant schoolveiligheid met een stappenplan voor het samenstellen en uitvoeren van zo’n convenant. Gebruikers van dit stappenplan komen zo op een gestructureerde manier tot een convenant dat aansluit op de lokale situatie.
Meer informatie
Voor vragen en/of opmerkingen over VRIS kunt u contact opnemen met Frannie Herder op (030) 75 16 759.
Links
Meer informatie over de veiligheid rond en in school is te vinden op de websites van:
- CCV-trends 2012: Schoolveiligheid
- Centrum School en Veiligheid
- Programma Veilige Publieke Taak Onderwijs (VPTO)
- Rijksoverheid.nl, voortgezet onderwijs
- Rijksoverheid.nl, primair onderwijs
- Kwaliteitsteams Veiligheid (NJi)
- KPC Groep
- Algemene Onderwijs Bond
- APS
- Arbo-VO, Arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs
- Vervangingsfonds en Participatiefonds, Arbo- informatie voor het primair onderwijs
- Consument en Veiligheid, voor de VO-veiligheidsmanager
- Voortijdig schoolverlaten
- Onderzoek agressie en geweld bij onderwijspersoneel
- Jeugdprostitutie.nu, scholen en jeugprostitutie



