Rechtbank Amsterdam oordeelt dat gemeente onrechtmatig handelde
De gemeente Amsterdam heeft onrechtmatig gehandeld door niet binnen de wettelijke beslistermijn een besluit te nemen voor het verlenen van een exploitatievergunning voor een prostitutiebedrijf. De gemeente is daarmee aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade. Het ontbreken van een Bibobadvies heeft hierop geen invloed.
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rolnummer
HA ZA 09-57
Wetsartikelen
Burgerlijk Wetboek, artikel 6:163
Algemene wet bestuursrecht, artikel 3:6 lid 2
Beschrijving
Have Onroerend Goed B.V. en eiser 2 t/m 5 eisen van de gemeente Amsterdam schadevergoeding voor gemiste inkomsten van hun prostitutiebedrijf. Zij stellen dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door niet tijdig, binnen de wettelijke beslistermijn, een besluit te nemen op hun aanvraag voor een exploitatievergunning voor een prostitutiebedrijf. Daarmee is volgens hen de gemeente aansprakelijk voor de schade die voortvloeit uit het gesloten houden van het prostitutiebedrijf. De gemeente echter stelt dat er niet is voldaan aan alle voor aansprakelijkheid geldende wettelijke vereisten. Daarnaast stelt de gemeente dat de hoogte van de schade niet goed is onderbouwd.
De rechter toetst deze zaak aan het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht in het Burgerlijk Wetboek en de op dit gebied ontwikkelde jurisprudentie.
De rechter concludeert:
- Dat de gemeente te laat over de aanvraag heeft beslist en dat dit aan de gemeente is toe te rekenen.
- Dat het standpunt van de gemeente dat zij er een gerechtvaardigd belang bij had te wachten op het Bibob-advies niets verandert. De gemeente heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid de termijn te verlengen. Daarmee wordt het niet tijdig beslissen van de gemeente volgens de rechter onrechtmatig.
- Dat aan het relativiteitsbeginsel is voldaan. De gemeente heeft de norm dat zij naar vermogen zorgvuldig, correct en tijdig beslist, geschonden. De aanvrager heeft immers niet binnen de gestelde termijn uitsluitsel gekregen.
- Dat voldoende is aangetoond dat als gevolg van het niet tijdig beslissen van de gemeente inkomsten zijn gederfd. De gemeente geeft aan dat er niet vanuit gegaan kan worden dat met een positief advies van Landelijk Bureau Bibob de vergunning wel verleend was, zodat eerder met de exploitatie kon worden begonnen. De gemeente heeft, ondanks het negatieve advies van Landelijk Bureau Bibob, de exploitatievergunning toch toegekend. De rechtbank concludeert daarom dat de gemeente in alle gevallen de vergunning had toegekend. Een causaal verband tussen het niet tijdig beslissen het de gederfde inkomsten is daarmee aangetoond.
Vindplaats
Op rechtspraak.nl zoeken op LJN: BJ5589