Delen

Leerlingbemiddeling

Leerlingbemiddeling is een manier om conflicten in en om de school op te lossen. Bij een conflict tussen twee of meer personen helpt een neutrale derde persoon een oplossing te vinden.

Bij de uit Amerika afkomstige methode worden conflicten tussen leerlingen niet door een docent maar door de ruziemakers zelf opgelost. Dit gebeurt met behulp van getrainde en onafhankelijke leerlingen als bemiddelaar.

De bemiddelaars stellen de ruziemakers niet alleen gerichte vragen over het conflict maar ook over de gedachten en gevoelens  van de leerling. Uiteindelijk wordt er een oplossing gekozen waar iedereen achterstaat. Deze oplossing wordt vastgelegd en ondertekend.

Doel en kenmerken van leerlingbemiddeling

Leerlingbemiddeling vergroot de sociale veiligheid op school en bevordert de zelfredzaamheid en sociale vaardigheden van leerlingen.

Het doel van leerlingbemiddeling is onder andere:

  • het voorkomen van spanningen en escalaties;
  • het weghalen van mogelijke frustraties;
  • de leerlingen confronteren met elkaars pijn, angst en/of woede;
  • de leerlingen inzicht geven in de gevolgen van gedrag.

Conflicten die zich lenen voor leerlingbemiddeling liggen op het gebied van relaties (verkering en 'afgepakte' vriendjes), roddelen, buitensluiten, vernieling en bekladding, vechtpartijen en vooroordelen in bijvoorbeeld cultuur, achtergrond en geaardheid.

Conflicten die zich niet lenen voor leerlingbemiddeling zijn feiten waarbij de wet is overtreden. Ook bij ernstige geweldsconflicten of bij een vermoeden van structureel pesten is leerlingbemiddeling niet de juiste methode.

Zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs is leerlingbemiddeling toepasbaar. Op basisscholen zijn het vaak leerlingen uit de groepen 6 en 7 die optreden als bemiddelaar. Deze leerlingen zijn oud genoeg om te bemiddelen en zitten nog enige tijd op school. In het voortgezet onderwijs zijn bemiddelaars meestal leerlingen uit klas 3 of hoger.

Het bemiddelingsproces

Ruziënde leerlingen zijn soms emotioneel en vinden het moeilijk om te praten. Ook zijn ze bang om het onderspit te delven. Bemiddeling biedt deze leerlingen een veilige omgeving omdat de bemiddelaars onpartijdig zijn. De bemiddelaars bemoeien zich niet met de inhoud van het conflict. Ze zijn alleen verantwoordelijk voor het proces en de manier waarop met elkaar wordt gesproken.

Zowel schoolpersoneel, de leerlingbemiddelaar als een willekeurige leerling kan bij de coördinator een conflict aandragen voor bemiddeling. De coördinator bepaalt of het conflict past bij leerlingbemiddeling. Het is vervolgens aan de bemiddelaar om te peilen of beide partijen geïnteresseerd zijn om hun conflict via bemiddeling op te lossen. Deelname aan bemiddeling gebeurt altijd op basis van vrijwilligheid.

De bemiddeling bestaat uit een aantal stappen:

  • Het is belangrijk dat de ruziemakers eerst afkoelen en instemmen met de spelregels, voordat het bemiddelingsgesprek begint. De spelregels van leerlingbemiddeling zijn: elkaar laten uitspreken, geen grof taalgebruik en vertrouwelijkheid.
  • Om het conflict helder te krijgen, doen de ruziemakende leerlingen hun verhaal. De bemiddelaars stellen niet alleen gerichte vragen over het conflict, maar ook over de gedachten en gevoelens van de leerling. Alle partijen krijgen de gelegenheid rustig hun verhaal te vertellen. Als het verhaal is verteld en de gevoelens zijn uitgesproken, wordt gekeken naar de ‘belangen’. Het benoemen van het ‘belang’ is vaak het moment dat leerlingen voor het eerst begrip voor elkaar opbrengen.
  • Op basis van de inventarisatie van de ‘belangen’ wordt bepaald welke punten oplosbaar zijn en welke onoverbrugbaar lijken.
  • Beide partijen dragen zelf mogelijke oplossingen aan voor het conflict. De bemiddelaar bewaakt het proces en grijpt in waar nodig, maar stelt zich terughoudend op. Het is niet de bedoeling dat een bemiddelaar zelf adviseert.
  • Iedereen moet achter de oplossing staan die uiteindelijk wordt gekozen. Deze oplossing wordt vastgelegd en ondertekend. Na een of twee weken volgt nog een gesprek om te kijken of iedereen zich aan de afspraken houdt.

Ondersteuning

Diverse organisaties bieden ondersteuning bij de opstart en coördinatie van leerlingbemiddeling. Aan deze ondersteuning zijn kosten verbonden.

Rol CCV

In samenwerking met verschillende aanbieders van leerlingbemiddeling ontwikkelde het CCV een generieke aanpak leerlingbemiddeling. Deze aanpak is getoetst op vier scholen. De inzichten en ervaringen uit deze pilots zijn gebruikt om de methodiek aan te scherpen.  Het 'Handboek Leerlingbemiddeling, het instrument in de praktijk' bevat een overzichtelijk en uitgewerkt stappenplan dat gebruikt kan worden als leidraad om in een school leerlingbemiddeling in te voeren. Een digitale versie van het stappenplan is opgenomen bij dit instrument.

Ook verzamelt het CCV op deze website documenten over leerlingbemiddeling. Heeft uw organisatie een document over dit instrument dat ook voor andere organisaties interessant kan zijn? Laat het ons weten en mail de webredactie.

Meer informatie

Meer informatie over leerlingbemiddeling is te vinden in de CCV-infosheet 'De kracht van leerlingbemiddeling'. Voor vragen en/of opmerkingen kunt u contact opnemen met Frannie Herder op (030) 75 16 759.

Links