Delen
30 jun 2011

Fatale woningbranden 2010

Onderzoek naar de oorzaken, omstandigheden en het verloop van woningbranden die in Nederland plaatsvonden in 2010, waarbij een of meerdere dodelijke slachtoffers vielen.

Probleemstelling

Het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid verzamelt sinds enige jaren (2003, 2008 en 2009) structureel data over ‘fatale woningbranden’ en evalueert aan de hand daarvan de stand van zaken op het gebied van fatale woningbranden. Inzicht in kritische factoren bij fatale woningbranden is onontbeerlijk om gericht en effectief brandveiligheidsbeleid te kunnen voeren.

Beschrijving

De fatale woningbranden in 2010 zijn getraceerd op basis van ANP-berichten, aangeleverd door het Nederlands Brandweer Documentatie Centrum. Het onderzoek is opgezet als enquête onder de brandweerkorpsen die bij de fatale woningbranden betrokken waren.

Op basis van de ANP-berichten is geconstateerd dat in 2010 in totaal 40 fatale woningbranden hebben plaatsgevonden, inclusief de opzettelijke fatale woningbranden die verband houden met brandstichting, moord en zelfmoord. Hierbij vielen 41 slachtoffers. Van deze 40 fatale woningbranden waren er 30 niet met opzet veroorzaakt; bij die 30 niet-opzettelijke fatale woningbranden vielen in totaal 30 doden.

Conclusies

  • De belangrijkste oorzaken van de fatale woningbranden waren: roken (27 procent), koken (20 procent) en kaarsen (13 procent).
  • 43 procent van de dodelijke slachtoffers was 66 jaar of ouder.
  • 60 procentvan de fatale woningbranden vond plaats bij alleenstaanden.

Aanbevelingen

  • Richt brandpreventiebeleid vooral op het beperken van brand door roken.
  • Onderzoek niet alleen fatale woningbranden, maar ook woningbranden waarbij geen dodelijke slachtoffers vielen.
  • Verricht bij elke fatale woningbrand direct op locatie brandonderzoek.

Auteur

drs. K. Groenewegen, dr. ing. M. Kobes en W. Vos

Organisatie

Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid

Links