Delen

Organisatiemodel 8

Directeur bestuurszaken als coördinator in een grote gemeente.

Beschrijving model

 

Schema: bestuursdienst

Belangrijkste kenmerken model

  • Dit model is bedoeld voor grote gemeenten die een (bestuurlijke) opdeling naar stadsdelen niet wenselijk vinden, maar wel gebiedsgericht willen werken vanuit wijk-(stadsdeel)kantoren.
  • Er is geen coördinator, maar een directeur Bestuurszaken, die zo’n 100 medewerkers aanstuurt.
  • De directeur Bestuurszaken zit direct onder de burgemeester. Hij of zij valt onder de Bestuursdienst, waar de gemeentesecretaris aan het hoofd staat. De Bestuursdienst is een concernstaf die niet in de lijnorganisatie zit.
  • Op centraal niveau is er een Ambtelijk Overleg Veiligheid (AOV), waarin de betrokken directeuren zitting hebben. Op bestuurlijk niveau is er het Bestuurlijk Overleg Veiligheid (BOV), waarin alle betrokken portefeuillehouders (eventueel op afroep), onder voorzitterschap van de burgemeester, zitting hebben.
  • De directeur Bestuurszaken initieert een groot aantal stedelijke projecten en heeft een belangrijke aanjagende functie naar de verschillende afdelingen die onder Bestuurszaken vallen, zoals Juridische Zaken (JZ), Deconcentratie (DeCo) en Algemene en Bestuurlijke Aangelegenheden (ABA).
  • Binnen dit model is het veiligheidsbeleid onderverdeeld in drie hoofdonderwerpen, nl. gebiedsgericht beleid, vergunningen, handhaving en toezicht en persoonsgericht beleid. De verschillende afdelingen onder Bestuurszaken zijn elk verantwoordelijk voor een aantal thema’s hierbinnen. Op ambtelijk niveau zijn voor elk thema diverse werk- en projectgroepen georganiseerd, zoals een projectgroep veelplegers.
  • Elke vakdienst heeft een klein team van mensen vertegenwoordigd op de wijk-(stadsdeel)kantoren. Elke wijk of stadsdeel kent een wijk- of stadsdeelcoördinator, die samen met een ABA accountmedewerker verantwoordelijk is voor het veiligheidsbeleid in de wijk cq. het stadsdeel.
  • Binnen dit model hebben wethouders niet alleen een eigen portefeuille, maar hebben ook elk een bepaalde wijk of stadsdeel onder zich.

Uitgebreide beschrijving model

Dit organisatiemodel is bedoeld voor grote gemeenten (bijvoorbeeld 100.000+ of G4 gemeenten). Het gaat hierbij om gemeenten die een duidelijke stadsdeel- en wijkgerichte aanpak wenselijk vinden, maar een (bestuurlijke) opdeling naar stadsdelen niet. De veiligheidscoördinator is de directeur Bestuurszaken. De directeur zit niet in de lijnorganisatie, maar valt direct onder de burgemeester. Dit model werkt goed voor grote gemeenten die het principe nastreven van ‘gedeconcentreerde dienstverlening’: beleid wordt op centraal niveau gemaakt door de vakdiensten en op decentraal niveau uitgevoerd.

De directeur Bestuurszaken initieert een groot aantal stedelijke projecten en heeft een belangrijke aanjagende en controlerende functie m.b.t. veiligheid naar de verschillende afdelingen die onder Bestuurszaken vallen (zoals Deconcentratie, Juridische Zaken en Algemene en Bestuurlijke Aangelegenheden). Hij of zij stuurt ongeveer 100 medewerkers aan. Daarnaast vormt de directeur Bestuurszaken de rechterhand van de burgemeester, informeert de burgemeester over het stedelijk veiligheidsbeleid en is bij alle belangrijke bestuurlijke (veiligheids)overleggen aanwezig. Een voorbeeld hiervan is het Ambtelijk Overleg Veiligheid (AOV), waarin de betrokken directeuren zitting hebben.

Binnen dit model is het veiligheidsbeleid onderverdeeld in drie hoofdonderwerpen, nl. gebiedsgericht beleid (noodgebieden, hotspots, alcohol verboden en cameratoezicht), vergunningen, handhaving en toezicht (coffeeshops, drugspanden en prostitutie) en persoonsgericht beleid (doorstromers en veelplegers). De verschillende afdelingen onder Bestuurszaken zijn elk verantwoordelijk voor een aantal thema’s. Op ambtelijk niveau zijn binnen elk thema diverse werk- en projectgroepen georganiseerd, zoals een projectgroep veelplegers.

De gemeente kent wijken/stadsdelen, maar deze wijken/stadsdelen kennen niet een apart democratisch bestuur (vergelijk model 9). Elke vakdienst heeft een klein team van mensen vertegenwoordigd op de wijk-(stadsdeel)kantoren. Daarnaast kent elke wijk of stadsdeel een wijk- of stadsdeelcoördinator. Elke coördinator heeft een medewerker van Algemene Bestuurlijke Aangelegenheden (ABA) onder zich. De wijk- of stadsdeelcoördinator is samen met de ABA accountmedewerker verantwoordelijk voor de veiligheid in de wijk cq. het stadsdeel. Ook de handhaving vindt plaats vanuit de wijk-(stadsdeel)kantoren. Hierbij gaat het om de uitvoering van het handhavingsbeleid dat door verschillende vakdiensten is opgesteld.

Op bestuurlijk niveau is er het Bestuurlijk Overleg Veiligheid (BOV), waarin alle betrokken portefeuillehouders (eventueel op afroep), onder voorzitterschap van de burgemeester, zitting hebben.

Binnen dit model is de burgemeester verantwoordelijk voor de totstandkoming en uitvoering van het totale veiligheidsbeleid. De wethouders hebben elk een eigen portefeuille en hebben daarnaast een bepaalde wijk of stadsdeel onder zich. Dit betekent niet dat zij voor alle portefeuilles binnen die wijk of dat stadsdeel verantwoordelijk zijn. Deze verantwoordelijkheid blijft liggen bij de vakportefeuillehouders. Wel kan een wethouder bepaalde onderwerpen die spelen binnen zijn of haar wijk/stadsdeel op de agenda zetten. Daarnaast houdt de wethouder maandelijks een spreekuur voor bewoners die vragen of klachten hebben over onderwerpen die binnen de wijk of het stadsdeel spelen.

Bijbehorend functieprofiel

De coördinator is een zware programmamanager veiligheid die opereert op directeursniveau. De directeur geeft leiding aan een groot aantal medewerkers (circa 100) en moet daarom minimaal 10 jaar ervaring hebben in het leidinggeven. Hij of zij heeft een duidelijke koers voor ogen met het veiligheidsbeleid. Gezien de redelijk centrale sturing binnen dit model is het van belang dat de directeur ook aandacht heeft voor gebiedsgericht beleid. De directeur vormt de rechterhand van de burgemeester en heeft daarom ruime bestuurlijke en diplomatieke vaardigheden. Hij of zij is volledig op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van de drie hoofdonderwerpen van het veiligheidsbeleid (gebiedsgericht beleid, vergunningen, handhaving en toezicht en persoonsgericht beleid), weet op deze ontwikkelingen in te spelen en hiervoor tijdig politieke aandacht te vragen. De directeur bezit een grote (informele) doorzettingsmacht en heeft een doortastende persoonlijkheid.

Functie-eisen:

  • voltooide universitaire opleiding
  • 1.0 fte 
  • minstens 10 jaar relevante managementervaring binnen grote gemeenten of bij een van de veiligheidspartners 
  • visie op veiligheidsvraagstukken en de uitvoering daarvan 
  • grote (informele) doorzettingsmacht 
  • gevoel voor politiek-bestuurlijke verhoudingen 
  • overtuigende en doortastende persoonlijkheid 
  • ruime sociale en diplomatieke vaardigheden 
  • schaal 16-17

Succes- en faalfactoren

Succesfactoren:

  • Doordat geen bestuurlijke verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de wijken of stadsdelen blijkt dit model in de praktijk erg effectief en slagvaardig te zijn. Er is minder afstemming nodig en er is minder sprake van competentiegeschillen tussen centraal- en wijk- of stadsdeelniveau. Er zijn duidelijke stedelijke kaders, die op gebiedsniveau (door medewerkers die in dienst zijn van de centrale stad) worden uitgevoerd. Omdat de scope van dit 'centrale’ model gericht is op de hele stad worden waterbedeffecten zoveel mogelijk voorkomen. Op uitvoeringsniveau is maatwerk mogelijk, zonder dat er sprake is van te veel bureaucratie.
  • Binnen dit model zijn thema’s duidelijk opgedeeld in een aantal hoofdonderwerpen: gebieds- en persoonsgericht beleid en vergunningen, toezicht en handhaving. Dit maakt het overzicht op de voortgang van het veiligheidsbeleid voor bestuurders overzichtelijk. Thema’s onder deze hoofdonderwerpen kunnen veranderen indien de prioriteiten worden verlegd. Het is wel belangrijk een duidelijke verantwoordelijkheidstoedeling te maken voor de afdelingen, die verantwoordelijk zijn voor de verschillende thema’s.

Gemeente Utrecht: raadsleden betrokken bij wijken

In de gemeente Utrecht bestaan naast de vakraadscommissies de zogenaamde wijkcommissies. Deze commissies bestaan uit raadsleden (incidenteel) aangevuld met collegeleden. De leden volgen via de commissies zo direct mogelijk de ontwikkelingen in de wijk, onder meer door vergaderingen en overleggen in de wijk te houden, maar ook door gericht op ‘wijkschouw’ te gaan. Het onderwerp veiligheidsbeleid heeft hierin een prominente plaats. De ervaringen van de wijkcommissies, die feitelijk ook bijdragen aan de verkleining van de afstand tussen lokale politiek en burger, vormen een belangrijke inbreng in de verdere ontwikkeling van en de prioriteitsstelling binnen het door de raad te accorderen veiligheidsbeleid.

 

Gemeente Den Haag: Veiligheidsaanpak vindt grotendeels op centraal niveau plaats

De hoofdthema’s van het veiligheidsbeleid van de gemeente Den Haag zijn stedelijk vastgesteld. Ook het toedelen van middelen en het stellen van prioriteiten voor de veiligheidsaanpak in de afzonderlijke stadsdelen vindt grotendeels op centraal niveau plaats. De uitvoering van het veiligheidsbeleid is daarentegen grotendeels gedecentraliseerd en vindt hoofdzakelijk plaats op stadsdeel- c.q. wijkniveau. Helder geformuleerde kaders op het gemeentelijke niveau zijn daarbij onontbeerlijk. De stadsdeelcoördinator, die procesverantwoordelijke is voor de uiteindelijke aanpak in wijken en buurten, moet goed weten waar hij aan toe is voor hij zijn stadsdeel - en daarbinnen soms verschillende wijkveiligheidsplannen – kan opstellen.
Ook bij anderen blijkt een duidelijke behoefte aan dit ‘centrale kader’. De partners in veiligheid (zoals politie, OM, Halt, woningcorporaties) geven aan duidelijkheid en sturing nodig te hebben om zo goed mogelijk op het juiste schaalniveau (gemeente-, stadsdeel-, wijk- of buurt-) beleid te kunnen maken, uit te voeren en waar nodig mogelijk ook bij te stellen. De gemeente onderstreept haar centrale rol door bovendien de gestelde prioriteiten, de genomen beleidskeuzen, de aarde van de veiligheidsmaatregelen maar ook de behaalde resultaten jaarlijks vast te leggen in een stedelijke voortgangsrapportage veiligheid.

 

Faalfactoren:

  • Beleidsmatige aangelegenheden vallen in dit model onder de Bestuursdienst. Uitvoerende taken worden uitgevoerd door de verschillende vakdiensten. In de praktijk komt het echter vaak voor dat dit onderscheid niet zo strikt gehandhaafd wordt. Dit is met name het geval bij politiek gevoelige onderwerpen. Een voorbeeld hiervan is de uitgifte van vergunningen voor seksinrichtingen (een uitvoerende taak). Door het politieke belang worden dit soort onderwerpen vaak toch ondergebracht binnen de Bestuursdienst, waardoor het onderscheid tussen de verschillende diensten niet altijd even helder is.
  • Binnen dit model is de wethouder niet alleen verantwoordelijk voor een portefeuille, maar ook voor een bepaalde wijk of stadsdeel. Binnen deze wijk of dit stadsdeel is de wethouder echter niet verantwoordelijk voor alle portefeuilles. In de praktijk komt het voor dat competentiestrijd ontstaat tussen een vakportefeuillehouder en een portefeuillehouder die een onderwerp wil aanpakken dat binnen zijn of haar wijk of stadsdeel speelt. Het is zaak hierover van tevoren duidelijke afspraken te maken.
  • Stadsdelen/ wijken zijn afhankelijk van de invulling van stedelijke kaders. Stadsdeel- of wijkcoördinatoren hebben geen lijnverantwoordelijkheid (samenwerkingsmodel), waardoor er op dit niveau weinig doorzettingsmacht is.

Veiligheid gepositioneerd binnen de organisatie

 
Schema: Bestuursdienst

De directeur Bestuurszaken is ondergebracht binnen de Bestuursdienst. De Bestuursdienst zit niet in de lijnorganisatie, maar vormt een soort concernstaf boven alle vakdiensten. De gemeentesecretaris is het hoofd van de Bestuursdienst. De Bestuursdienst houdt zich vnl. bezig met beleidsmatige zaken. De uitvoerende taken zijn ondergebracht bij de verschillende vakdiensten, zoals Welzijn en Stadsbeheer.

Onder Bestuurszaken vallen verschillende afdelingen, zoals Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden (ABA), Deconcentratie (DeCO) en Juridische Zaken (JZ). De afdeling DeCo is verantwoordelijk voor de teams van de verschillende vakdiensten, die op de wijk-(stadsdeel)kantoren vertegenwoordigd zijn, en voor de wijk- of stadsdeelcoördinatoren. De verschillende afdelingen onder Bestuurszaken zijn elk verantwoordelijk voor een aantal thema’s van het veiligheidsbeleid. Zo heeft de afdeling ABA de thema’s noodgebieden, cameratoezicht, doorstromers en veelplegers onder zich. Hotspots en alcohol verboden worden opgepakt door de afdeling Deconcentratie. JZ houdt zich o.a. bezig met het thema prostitutie.

De Bestuursdienst bewaakt het beleid en de uitvoering van projecten, die voortvloeien uit de stedelijke speerpunten. Zij heeft daarnaast zicht op projecten die centraal door andere veiligheidspartners worden uitgevoerd.

Raakvlakken met externe veiligheidsoverleggen

  • Op het hoogste niveau functioneert een driehoeksoverleg, waarin de burgemeester, de korpschef van de politie, de hoofdofficier van justitie en de programmamanager zitting hebben. Formeel hakt het driehoeksoverleg alle knopen door.
  • De burgemeester is tevens korpsbeheerder.