Woningcorporatie mag winst uit illegale onderverhuur afromen
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dat een woningcorporatie de winst uit illegale onderverhuur kan afromen door van haar huurder schadevergoeding te vorderen.
Instantie
Hoge Raad der NederlandenWetsartikelen
Artikel 6:104 Burgerlijk WetboekBeschrijving
Ymere (woningbouwvereniging in Amsterdam) heeft een vordering ingesteld tegen een huurster die in strijd met de bepalingen van de huurovereenkomst haar woning niet zelf bewoonde maar heeft onderverhuurd. Ook heeft Ymere wegens de illegale onderverhuur schadevergoeding van de huurster gevorderd. Ymere voert aan dat illegale onderhuur van sociale huurwoningen in Amsterdam veel voorkomt. Daardoor kunnen woningbouwcorporaties de woningen niet eerlijk verdelen, hebben zij lagere inkomsten als gevolg van het niet vrijkomen van de woningen, en krijgen zij te maken met extra uitgaven voor de leefbaarheid van de omgeving en voor het realiseren van meer nieuwbouw.Het gerechtshof in Amsterdam heeft de vordering van Ymere op 9 september 2008 toegewezen (LJN: BF1347). De huurster heeft daartegen cassatieberoep ingesteld.
De Hoge Raad heeft op 18 juni 2010 het cassatieberoep van de huurster verworpen. De Hoge Raad is van oordeel dat voor toepassing van art. 6:104 BW voldoende is dat de aanwezigheid van enige vorm van schade als gevolg van de wanprestatie aannemelijk is.



