Delen
14 mei 2010

(Niet) voor de wijk - De tijdsbesteding van wijkagenten

Dit onderzoek levert een antwoord op de vraag naar de tijdsbesteding van wijkagenten: aan welke taken besteedt de wijkagent zijn of haar tijd, gebeurt dit in de wijk of buiten de wijk en hoeveel administratief werk is hiermee gemoeid? En vooral: hoe komt het dat de verdeling is zoals het is?

Beschrijving

Het antwoord op deze vragen wordt gevonden door een combinatie van kwantitatief onderzoek (tijdsregistratie door ruim 350 wijkagenten) en kwalitatief onderzoek (groepsgesprekken en meeloopdagen).

Conclusies

Uit het kwantitatief onderzoek blijkt dat de wijkagent 65 procent van de tijd besteed aan wijkgerelateerd werken. Hiermee komen ze niet in de buurt van de beoogde 80 procent inzet in de eigen wijk. Het grootste deel van het niet-wijkgerelateerde werk wordt besteed aan noodhulp, toezicht en handhaving buiten de eigen wijk en administratieve handelingen.

Uit het kwalitatieve deel blijkt dat de wijkagentenfunctie onder druk staat door schaarste- en andere problemen bij andere cruciale onderdelen van de politie.

Wijkagenten zelf willen hun werk niet alleen beoordelen aan de hand van hun tijdsbesteding in of voor hun wijk. Zij vinden het niet erg om af en toe mee te draaien in de noodhulp en evenementen. Ook accepteren wijkagenten dat administratief werk samenhangt met politiewerk. De wijkagenten zijn wel bezorgd vanwege de druk die op de wijkagentfunctie staat. Hierdoor komen ze te weinig toe aan het werken in de eigen wijk.

Auteurs

R. Bron, I. van Duijneveldt, H. Waarsing, A. van Uden, W. Vijverberg en D. Visser

Organisaties

COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement en Andersson Elffers Felix in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.