Delen
30 jun 2011

Leefbaarheid in balans

Ontwikkeling van de leefbaarheid in de periode 2008-2010 op basis van de Leefbaarometer

De economische crisis heeft nauwelijks geleid tot een verslechtering van de leefbaarheid in Nederland. Wel stagneert de in 2006 ingezette verbetering van de leefbaarheid. Dat blijkt uit dit rapport dat in opdracht van het ministerie van BZK is opgesteld door Rigo Research en Advies en de Atlas voor Gemeenten.

Probleemstelling

Hoe heeft de leefbaarheid in Nederlandse wijken en buurten zich ontwikkeld tussen 2008 en 2010?

Beschrijving

Leefbaarheid in Balans gaat in op de ontwikkeling van de leefbaarheid tussen 2008 en 2010. Deze recente ontwikkeling wordt geplaatst tegen de achtergrond van de langjarige ontwikkeling sinds 1998.

Het instrument waarmee de ontwikkeling van de leefbaarheid in beeld wordt gebracht, is de Leefbaarometer. Met de Leefbaarometer kunnen burgers en beleidsmakers tot op postcodeniveau de ontwikkelingen in de leefbaarheid van buurten volgen, zonodig vroegtijdig ingrijpen en bezien of problemen zich verplaatsen (‘waterbedeffect’). De monitor werkt met zeven leefbaarheidsklassen, variërend van uiterst positief tot zeer negatief. Per saldo zit Nederland als geheel in de klasse ‘positief’.

Conclusies

  • De veertig aandachtswijken hebben zich gemiddeld genomen gunstig ontwikkeld. Dit komt vooral door een dalende werkloosheid en een verbetering van de woningvoorraad en de openbare ruimte. Wel is de veiligheid in de veertig wijken verslechterd.
  • De leefbaarheid is over het algemeen het meest verbeterd in gebieden waar de leefbaarheidsproblemen het grootst waren. Hierdoor is de kloof tussen leefbare en minder leefbare gebieden in Nederland kleiner geworden. Dit geldt niet voor alle gebieden. Binnen de middelgrote steden (G27) zijn er ook steden waar de kloof wel groter is geworden.
  • Tussen gemeenten met aandachtswijken zijn er ook grote verschillen. In de aandachtswijken in Rotterdam, Arnhem, Utrecht, Den Haag, Groningen, Leeuwarden en Haarlem is de leefbaarheid verbeterd, terwijl in de aandachtswijken in Enschede, Eindhoven, Heerlen, Emmen en Schiedam de leefbaarheidsproblemen juist zijn toegenomen.
  • De vier grote steden (G4) laten gezamenlijk een positieve tendens zien, Dit komt vooral door de gunstige ontwikkelingen in Rotterdam.
  • De middelgrote steden (de G27) en de zogenoemde Ortega-gemeenten (Almere, Zoetermeer, Haarlemmermeer, Apeldoorn en Ede) hebben gemiddeld genomen hun leefbaarheid tussen 2008 en 2010 juist wat zien verslechteren. De negatieve trend in de Ortega-gemeenten komt vooral voor rekening van Almere en Zoetermeer.

Auteur

K. Leidelmeijer, G. Marlet, R. Schulenberg, C. van Woerkens

Organisatie

RIGO Research en Advies en Atlas voor gemeenten, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).