Rb Amsterdam: Groepsverbod en meldingsplicht voldoende onderbouwd
De gemeente Amsterdam heeft verzoeker een groepsverbod en een meldingsplicht opgelegd op basis van de Wet MBVEO (voetbalwet). Tegen dit groepsverbod is beroep ingesteld. De rechter verklaart het beroep ongegrond. Feiten van voor het in werking treden van de wet mogen wel worden gebruikt in het dossier. Ook bevestigt de rechter dat feiten uit het buitenland mogen worden gebruikt voor de onderbouwing van de maatregel. Tenslotte acht de rechter dat voldoende aantoonbaar is gemaakt dat de persoon zich in een groep bevond die de openbare orde heeft verstoord.
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rolnummer
AWB 11/3310 GEMWT
Wetsartikelen
Gemeentewet art. 172a, eerste lid.
Beschrijving
De gemeente Amsterdam heeft eiser een groepsverbod en een meldingsplicht opgelegd voor de duur van drie maanden. Dit verbod gold enkel op de wedstrijddagen van Ajax en van het Nederlands elftal in die periode. Reden voor het gebiedsverbod is dat eiser structureel overlastgevend en/of strafbaar gedrag vertoonde. Volgens de gemeente is eiser betrokken geweest bij drie incidenten die aangemerkt kunnen worden als 'groepsgewijze ordeverstorende gedragingen in de zin van artikel 172a van de Gemeentewet’. Eiser is hiertegen in beroep gegaan.
Eiser heeft aangevoerd dat in het kader van het rechtszekerheidsbeginsel incidenten van voor 1 september 2010 (in werking treden van de wet) niet aan de maatregel ten grondslag kunnen worden gelegd. De rechtbank oordeelt echter dat de maatregel een preventieve maatregel is en geen punitieve sanctie. Daarnaast is met de invoering van de voetbalwet niet een geheel nieuwe bevoegdheid ontstaan, maar een uitbreiding van het instrumentarium van de gemeente om de openbare orde te handhaven. Ten slotte was ten tijde van het laatste incident de voetbalwet al wel van kracht.
Ook heeft eiser aangevoerd dat incidenten die in het buitenland hebben plaatsgevonden niet in de besluitvorming mogen worden betrokken. De rechter oordeelt echter dat bij de toepassing van de voetbalwet het er ''primair om gaat of voldoende aannemelijk is gemaakt dat eiser betrokken is geweest bij groepsgewijze verstoringen van de openbare orde. Daarbij is het (…) niet relevant of die ordeverstoringen hebben plaatsgevonden in Nederland of in het buitenland.''
Ten slotte stelt eiser dat hem wordt verweten herhaaldelijk individueel de openbare orde te hebben verstoord. Dat is volgens de rechtbank niet het geval. Eiser heeft herhaaldelijk deel uitgemaakt van een groep die de openbare orde verstoorde. ''Het gaat erom of voldoende aannemelijk is geworden dat bij de drie incidenten door een groep personen de openbare orde is verstoord en dat eiser deel heeft uitgemaakt van die groep.''
De rechter beoordeelt de drie incidenten per geval. Van het eerste incident is 'onvoldoende aannemelijk geworden dat eiser die avond deel heeft uitgemaakt van een groep die de openbare orde verstoorde'. Bij de andere twee incidenten is dit wel voldoende aannemelijk gemaakt. Daarmee is voldaan aan de voorwaarde dat er sprake moet zijn van een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Vindplaats
Op www.rechtspraak.nl onder LJN: BW1140



