Delen
15 feb 2011

Samenscholingsverbod

De gemeente kan een samenscholingsverbod opnemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hiervoor maken de meeste gemeenten gebruik van de omschrijving in de Model-APV van de Vereniging van de Nederlandse Gemeenten (VNG). Een aantal gemeenten past het samenscholingsverbod gericht toe om de overlast in een bepaalde wijk te verminderen.

Beschrijving

Een samenscholingsverbod is een bepaling in de APV, die in principe voor iedereen geldt. In een aantal gemeenten is sprake van een gerichte toepassing van het samenscholingsverbod. De burgemeester, politie en Openbaar Ministerie kunnen daartoe besluiten wanneer de ernst van de situatie dat, volgens hen, rechtvaardigt.

Het samenscholingsverbod richt zich specifiek op personen die in het gebied overlast veroorzaken (zoals schelden, vernieling, hinderen en intimideren van voorbijgangers) of zich schuldig maken aan criminaliteit (als auto-inbraken, woninginbraken of straatroof).

Toepassing

Als er sprake is van ernstige overlast in de wijk kan het samenscholingsverbod worden toegepast. Wel dient er bij de toepassing gelet te worden op de mogelijkheden die de Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast biedt. In deze wet is het groepsverbod opgenomen, die ingezet kan worden als er sprake is van herhaaldelijke verstoring van de openbare orde en er ernstige vrees is voor verdere verstoring van de openbare orde.

Meestal geldt samenscholingsverbod slechts voor een beperkte periode en is het alleen voor de plek waar de overlast plaatsvindt. Niet alleen grote steden gebruiken dit middel om overlast te beteugelen. Ook in sommige kleinere steden en dorpen is de maatregel ingevoerd.

Aan de groep overlastgevers wordt een brief gestuurd waarin wordt medegedeeld dat het samenscholingsverbod op hen van toepassing is. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat dit gedrag op geen enkele wijze wordt getolereerd. Ook de ouders van minderjarigen onder hen worden via een brief geïnformeerd.

Praktijkvoorbeelden

Links