Vandalisme
Vandalisme of vernieling is het gericht stukmaken van iets. Het is een uiting van disrespect voor andermans eigendommen dat vaak voortkomt uit een algemeen gevoel van onvrede met de eigen positie van de vandaal (afgunst, boosheid, verveling). De onvrede uit zich in het vernielen van zaken.
Juridische definitie
Vernieling (art. 350 W vS)
Het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken van een goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort.
De dader moet dus de opzet (mogelijkheidsbewustzijn) hebben om genoemde vernieling te plegen en daarbij moet hij dat wedderrechtelijk, dus zonder toestemming/instemming van de eigenaar, doen.
Ook graffiti valt onder de werking van deze definitie. Immers: het herstellen van de schade brengt zodanige inspanning en kosten met zich mee dat van beschadiging kan worden gesproken. In dit webdossier ‘Vandalisme’ laten we het probleem graffiti echter buiten beschouwing. De aanpak van graffiti vereist een bijzondere set van maatregelen die apart is beschreven in de Toolkit Aanpak Graffiti op deze site.
Aard en omvang
De gevolgen van vernielingen aan gebouwen en straatmeubilair zijn voor iedereen direct waarneembaar. Vandalisme als een zichtbaar delict, leidt tot gevoelens van onveiligheid, normvervaging en trekt vaak meer vandalisme aan. De emotionele gevolgen van vandalisme voor het slachtoffer zijn de woede, angst of verdriet over de moedwillige vernieling van de eigen spullen.
Zonder direct slachtoffer te zijn vandalisme, is het wonen in een omgeving waarin gebroken kapotte bushokjes en gehavende speeltoestellen het beeld van een wijk vormen, niet bepaald prettig. Bij instanties als gemeentenlijke diensten, scholen, woningbouwverenigingen en bij het midden- en kleinbedrijf kan vandalisme gevolgen hebben voor de werkmoreel van het personeel; het voortdurend geconfrontreerd worden met vernielingen werkt demotiverend.
In de Veiligheidsmonitor Rijk (2008) is aangegeven dat voor 16 % van de Nederlandse bevolking de vernieling van straatmeubilair in hun buurt een probleem is. In vergelijking met 2007 is er geen wezenlijk verschil. In vergelijking met 2006 is in 2008 de vernieling van straatmeubilair (en de bekladding van muren en gebouwen) vaker genoemd als een probleem in de buurt. Twaalf procent van de inwoners van Nederland geeft aan in 2008 slachtoffer te zijn geweest van een vandalismedelict. Van alle onderscheiden vandalismedelicten komt de beschadiging aan de auto het meest voor. Een kwart van de vandalismedelicten werd volgens de VMR 2008 bij de politie gemeld.
De totale materieële schade door vandalisme is enorm groot. Veel van de schade komt voor rekening van de rijks- en gemeentelijke overheden en vastgoedeigenaren die het beheer hebben over de veel door vernieling geplaagde (openbare) gebouwen en objecten. Een reële becijfering is echter nauwelijks mogelijk. Gemeenten geven vaak aan dat zij niet weten wat het kost om de aangebrachte vernielingen te herstellen De schattingen van de totale schade lopen uiteen van 250 miljoen Euro (CBS, 2005) tot 1 miljard Euro (2007).
Rol gemeenten
De gemeente is verantwoordelijk voor de aanpak van vandalisme. Dat betekent dat de gemeente het probleem inventariseert, de beleidsmatige kaders ontwikkelt, afspraken maakt met betrokken partners, activiteiten coördineert en de resultaten evalueert.
Voor het ontwikkelen van een aanpak in de praktijk kunt u gebruik maken van het stappenplan in de Toolkit Graffiti op deze site. Informatie rondom het verhalen van moedwillige schade en het registreren van schade kunt u eveneens vinden in deze toolkit.
Aanpak bedrijfsleven
Vandalisme wordt door zowel ondernemers als bezoekers winkelgebieden en op bedrijventerreinen als een veel voorkomend probleem ervaren. Het KVO-dossier Vernielingen kan dienen als hulpmiddel om vandalisme terug te dringen. Aan bod komen maatregelen die ondernemers gezamenlijk en individueel kunnen treffen om vernielingen in winkelgebieden en bedrijventerreinen tegen te gaan.
Rol Rijksoverheid
In het Actieplan Overlast en Verloedering staat het streven naar een een kwart minder fysieke verloedering in 2010 ten opzichte van 2002 genoemd. Genoemde voorbeelden van verloedering zijn de bekladding van straatmeubilair of muren. Reden voor het kabinet om met een stevig pakket maatregelen te komen.
In de aanpak van verloedering in de fysieke woon- en leefomgeving worden onder meer (actiepunt 31) het strijdplan ‘Vat op vandalisme’ genoemd. Uitgangspunt van dit plan is de mogelijkheden te bezien hoe het verhalen van schade efficienter en effectiever kan. Verder zal ook in samenwerking met het ministerie van OCW en de VNG een pamflet worden opgesteld voor gemeenten om te verspreiden onder onder andere bij scholieren zodat zij weten welke gedragingen ongewenst zijn en welke boetes er staan op overtredingen.
Rol Openbaar Ministerie
Strikte handhaving van de aanpak van vandalisme is alleen mogelijk met de stok van het Openbaar Ministerie achter de deur. In steeds meer gemeenten in Nederland is het OM daarom betrokken bij lokale samenwerkingsinitiatieven rond de aanpak van vandalisme.
Hierbij ligt de nadruk op een snellere en consequentere afhandeling van zaken. Voor elke jongere die een strafbaar feit pleegt, wordt een passend traject opgesteld. Dat kan variëren van een geldboete tot een taakstraf (Halt-afdoening) of een zorgtraject. Vandalisme kan daarnaast een terugkerend gespreksonderwerp vormen in het driehoeksoverleg tussen de burgemeester, politie en OM.
Rol CCV
Het CCV ondersteunt onder meer de informatie-uitwisseling tussen professionals die zich bezig houden met de aanpak van vandalisme (en graffiti). Het CCV verzamelt dan ook op deze website documenten over de aanpak van vandalisme. Heeft uw gemeente een (beleids)document over dit thema dat ook voor andere gemeenten interessant kan zijn? Laat het ons dan weten. Dit kan door het betreffende document te mailen naar de webredactie.
Meer weten
Voor vragen en/of opmerkingen kunt u contact opnemen met Michel de Vroege.




