Delen
13 jul 2010

Feestmeter 2008 - 2009

Uitgaan en middelengebruik onder bezoekers van party’s en clubs

De feestmeter brengt het middelengebruik in het uitgaansleven cijfermatig in kaart. Uit het onderzoek blijkt dat het middelengebruik onder party- en clubbezoekers tussen 15 en 34 jaar relatief hoog is.

Probleemstelling

Potentieel riskante vormen van middelengebruik komen in het uitgaansleven relatief veel voor. Bovendien zijn alcoholgebruik en drugsgebruik, al dan niet gecombineerd, belangrijke risicofactoren voor geweld en agressie in het uitgaansleven. Het is daarom van belang de ontwikkelingen te volgen in (riskant) middelengebruik onder jongeren.

Beschrijving

Dit onderzoek voorziet in kwantitatieve gegevens over middelengebruik onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen (van 15-35 jaar) op landelijk niveau en in de verschillende regio’s van Nederland. Het onderzoek richtte zich op twee typen commerciële uitgaansgelegenheden:

1. clubs en discotheken;
2. grootschalige party’s en festivals met meer dan 5.000 bezoekers.

Voor de dataverzameling zijn op locatie steekproeven gehouden. Ook is aan bezoekers gevraagd om op een later tijdstip een lange vragenlijst (op internet of op papier) in te vullen. Er is een respons van 19% gehaald.

Conclusies

Middelengebruik
Er is nauwelijks verschil tussen het percentage partybezoekers en het percentage clubbezoekers dat rookt en alcohol drinkt. Drugsgebruik daarentegen komt over het algemeen meer voor onder partybezoekers dan onder clubbezoekers. 24% van de partybezoekers had in de maand voor het onderzoek ecstasy gebruikt, 12% cocaïne, 7% amfetamine en 5% GHB. Onder clubbezoekers was dit respectievelijk 9% (ecstasy), 5% (cocaïne), 3% (amfetamine) en 2% (GHB). Gebruik van typische 'straatdrugs', zoals heroïne en crack, kwam in beide groepen zelden voor.

Een belangrijke bevinding is dat het middelengebruik door vrouwelijke club- en partybezoekers lager ligt dan door de mannelijke. Echter, als vrouwen gebruiken, dan doen zij niet wezenlijk onder voor de mannen. Opvallend is ook dat het gebruik van ecstasy en cocaïne het vaakst voorkomt bij eind-twintigers en dertig-plussers. Verder gebruiken laagopgeleiden vaker tabak, cocaïne en amfetamine. Hoogopgeleiden gebruiken vaker alcohol. Ook blijkt: hoe groter de woonplaats, hoe hoger het gebruik van alcohol, cannabis en ecstasy.

Probleemgebruik
Probleemgebruik (positieve score op drie of meer van zeven criteria is gemeten onder recente gebruikers (gebruik in afgelopen jaar) van ecstasy, cocaïne en amfetamine. Probleemgebruik lijkt onder partybezoekers ongeveer evenveel voor te komen als onder clubbezoekers.

Regionale verschillen
Voor cannabis, cocaïne en ecstasy is het gebruik het hoogst in de regio West, op korte afstand gevolgd door de regio’s Midden en Zuid. Voor amfetamine staat regio West ook op nummer 1 maar staan de andere regio’s min of meer op een gedeelde tweede plaats. GHB-gebruik is het hoogst in de regio’s West en Midden.

Auteur

A. van der Poel, J. Doekhie, J. Verdurmen, M. Wouters, D. Korf, M. van Laar

Organisatie

Trimbos-instituut en Bonger Instituut voor Criminologie van de UvA in opdracht van het ministerie van VWS.

Links