Delen
31 jan 2011

Woningovervallen ontmaskerd

In dit onderzoek wordt ingegaan op de aard en de slachtoffers van woningovervallen. Onderzocht is onder andere de wijze van binnentreden door de overvaller, de mate waarin en de wijze waarop het slachtoffer zich verweert.

Probleemstelling

Het doel van het onderzoek is het vergroten van inzicht in de woningovervalcriminaliteit in Nederland om zo de strategische besluitvorming en de aanpak op operationeel niveau te ondersteunen.

Onder een woningoverval wordt verstaan: het met geweld of bedreiging met geweld afnemen of afpersen van enig goed, gepleegd tegen personen in een woning of de poging daartoe.

Beschrijving

Voor het onderzoek is literatuur bestudeerd, zijn dossiers en de persoonsgegevens / antecedenten van slachtoffers en daders geanalyseerd.

Conclusies

Van de 163 onderzochte woningovervallen zijn er in totaal 127 (78 procent) voltooid, de overige 36 (22 procent) zijn bij een poging gebleven. Van de 163 woningovervallen zijn 233 personen slachtoffer geworden. Bij 64 woningovervallen (39 procent) zijn een of meer verdachten in verzekering gesteld. Bij iets minder dan de helft van de woningovervallen zijn een of meer slachtoffers gewond geraakt.

De slachtoffers zijn meestal tussen de 35 en 64 jaar oud. Een op de vijf slachtoffers is ten tijde van het gepleegde delict tussen de 64 en 98 jaar oud. De meeste woningovervallen (63,2 procent) zijn gepleegd tussen 17 en 2 uur ‘s nachts, waarbij de piek (25,8 procent) tussen 20 uur en 23 uur ligt.

Ruim een derde van de slachtoffers heeft een niet-Nederlandse herkomst, een kwart van de slachtoffers is afkomstig uit ‘nieuwe’ herkomstlanden. Afgezet tegen hun bevolkingsaandeel betekent dit dat zij vijf keer zo vaak slachtoffer zijn van een woningoverval dan slachtoffers met een Nederlandse herkomst.

De dader komt meestal binnen door aan te bellen bij het slachtoffer. Bij 54,6 procent van de woningovervallen is dat het geval. Daders maken geregeld gebruik van een list en doen zich dan bijvoorbeeld voor als pakjesbesteller. Aanbevolen wordt een kierstandhouder of een spionnetje in de voordeur aan te brengen. Dit kan er toe leiden dat het aantal woningovervallen op deze groepen slachtoffers afneemt.

Het lijkt er op dat overvallers een verkeerd beeld hebben van overvallen op ouderen, namelijk dat dit makkelijk zou zijn en snel veel geld oplevert. In werkelijkheid is de buit laag en de overval mislukt vaak. De ouderen reageren verrassend assertief, maar raken daardoor ook vaker gewond.

Een kwart van de woningovervallen is gerelateerd aan criminele activiteiten.

Bij 73 woningovervallen (44,8 procent) is gedreigd met geweld, maar is geen fysiek geweld toegepast. Bij 54 woningovervallen (33,1 procent) is instrumenteel geweld toegepast en bij 32 woningovervallen (19,6 procent) is excessief geweld gebruikt.

Auteur

Sally Mesu, Daniël Bulten, Dorien van Nobelen en John van Beek

Organisatie

KLPD- Dienst IPOL