Delen
31 aug 2011

Arbeidsmigratie in vieren - Bulgaren en Roemenen vergeleken met Polen

De arbeidsmigratie van Polen, Roemenen en Bulgaren naar Nederland blijkt zeer verschillend te verlopen. Dit is de belangrijkste conclusie uit het onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Probleemstelling

Wat is de economische en maatschappelijke positie van Bulgaarse en Roemeense arbeidsmigranten in Nederland?

Beschrijving

Naar de positie van Bulgaren en Roemenen is tot nog toe nauwelijks onderzoek gedaan. Om hun positie beter te begrijpen is een systematische vergelijking gemaakt met Poolse arbeidsmigranten, die sinds mei 2007 volledig toegang hebben tot de Nederlandse arbeidsmarkt. De Bulgaren en Roemenen hebben nog een tewerkstellingsvergunning nodig om op de reguliere arbeidsmarkt te kunnen werken.

Deze studie is gebaseerd op onderzoek in negen Nederlandse gemeenten, waaronder twee grote steden (Rotterdam en Den Haag), drie middelgrote steden (Dordrecht, Breda en Westland) en vier kleinere gemeenten (Moerdijk, Zundert, Oostland en Hillegom). In deze gemeenten zijn 164 Bulgaren, 112 Roemenen en 353 Polen geïnterviewd.

Conclusies

Arbeidsmigranten uit de Midden- en Oost-Europese landen (MOE-landen) vormen een zeer gevarieerde groep. Er zijn vier typen migranten te onderscheiden, afhankelijk van de binding met het thuis- en bestemmingsland:

  • Tijdelijke arbeidsmigranten die kort in Nederland blijven, vaak laaggeschoold werk doen, nauwelijks geïntegreerd zijn en een groot deel van hun inkomen naar het thuisland sturen.
  • Transnationale of bi-nationale arbeidsmigranten zijn hoogopgeleid, goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, maar hebben ook nog een sterke band met het herkomstland. Deze migranten keren op termijn waarschijnlijk terug of migreren door naar een ander land.
  • Vestigingsmigranten zijn ook veelal hoogopgeleid, al langer in Nederland en willen ook voor een langere tijd met hun familie blijven.
  • Footloose migranten zijn kort in Nederland, spreken slecht Nederlands en zijn weinig geworteld in de Nederlandse samenleving. Het gaat vooral om laagopgeleiden met een zwakke arbeidspositie. Komt het meest voor onder Bulgaren (60 procent).

Een greep uit de andere belangrijke conclusies:

  • De overgrote meerderheid van de arbeidsmigranten heeft betaald werk (95 procent). Poolse migranten vinden vaak werk via een uitzendbureau in georganiseerde arbeidsmigratie, waarbij de reis, het werk en de huisvesting geregeld zijn. Bulgaren vinden werk en huisvesting vooral via informele contacten.
  • Roemenen en Bulgaren hebben tewerkstellingsvergunning nodig om in Nederland te werken. Veel Bulgaarse migranten komen echter naar Nederland zonder tewerkstellingsvergunning. Zij komen vooral terecht in informeel werk.
  • Twee derde van de respondenten is tevreden met de woonomstandigheden. De migranten wonen vooral in gedeelde woonruimte en betalen hiervoor gemiddeld tussen de 350 en 460 euro per maand.
  • In Den Haag en Rotterdam is sprake van enkele tientallen tot maximaal honderd daklozen afkomstig uit Midden- en Oost-Europa. Het betreft het merendeels Polen en maar weinig Roemenen en Bulgaren.

Auteurs

G. Engbersen, M. Ilies, A. Leerkes, E. Snel, R. van der Meij

Organisatie

Erasmus Universiteit (in samenwerking met Nicis Institute en tien Nederlandse gemeenten) in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Links