Delen

Oost-Europese arbeidsmigranten

Nederlandse werkgevers zijn veelal verheugd over de komst van Oost-Europese arbeidsmigranten, aangezien zij vooral moeilijk vervulbare vacatures opvullen. Poolse arbeidsmigranten vormen hiervan de grootste groep. De vraag ‘met hoeveel mensen hebben we nu te maken?’ is niet eenvoudig te beantwoorden, doordat een deel van de migratiestromen zich geheel of gedeeltelijk aan de registratie onttrekt. Diverse onderzoeksresultaten laten uiteenlopende schattingen zien: van minimaal 100.000 tot circa 200.000.

Maatschappelijke problemen, die de arbeidsmigratie met zich meebrengt, hebben vooral betrekking op de naleving van arbeidsvoorwaarden, integratieaspecten en huisvesting. De huisvestingsproblematiek en de concentratie van de vestiging van de Oost-Europese arbeidsmigranten leiden in sommige gevallen tot overlast en onveilige en schrijnende woonsituaties.

Rol Rijksoverheid

Sinds 1 mei 2007 hebben arbeidsmigranten uit de Oost-Europese landen die per 1 mei 2004 zijn toegetreden tot de Europese Unie geen tewerkstellingsvergunning meer nodig. Roemenië en Bulgarije zijn per 1 januari 2007 lid geworden van de Europese Unie en vallen hier dus niet onder. Op 28 november 2008 heeft het kabinet besloten dat Nederland ook ná 1 januari 2009 nog geen vrij verkeer van werknemers invoert voor Bulgaren en Roemenen. Het kabinet bekijkt de komende tijd wel of de arbeidsmarkttoets in de land- en tuinbouw voor Bulgaarse en Roemeense werknemers kan worden afgeschaft. 

In 2007 heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de werkgroep ‘Maatschappelijke effecten arbeidsmigratie’ ingesteld, ook wel ‘Polen-werkgroep’ genoemd, aangezien verreweg de grootste groep Oost-Europese arbeidsmigranten uit Polen komt. Deze werkgroep is ingesteld om knelpunten op het terrein van huisvesting, arbeidsvoorwaarden, inburgering en onderwijs in kaart te brengen. Via een aparte Poolstalige website en brochure informeert het ministerie van SZW Poolse werknemers over hun rechten en plichten. Met goede informatie aan Polen kunnen, volgens minister Donner, teleurstellingen en misstanden voorkomen worden. De website en brochure zijn tot stand gekomen met de ministeries van Onderwijs (OCW), Volkshuisvesting (VROM), Volksgezondheid (VWS) en Financiën, de gemeente Rotterdam, de Poolse ambassade en vertegenwoordigers van de Poolse gemeenschap in Nederland.

In opdracht van het ministerie van SZW heeft Regioplan de werking onderzocht van een aantal flankerende beleidsmaatregelen die bij het vrij werknemersverkeer uit de Oost-Europese landen zijn ingevoerd. Het onderzoeksrapport ‘De Europese grenzen verlegd’ is in juni 2008 naar de Tweede Kamer gestuurd. Met dezelfde brief is een onderzoek van het Rotterdams Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk BeleidsOnderzoek (RISBO) naar de Tweede Kamer gestuurd. Het RISBO heeft, in opdracht van de ministeries van Justitie en VROM, onderzoek verricht naar de maatschappelijke positie van Oost-Europeanen in Nederland.

Gemeenten, werkgevers, huisvesters en de werknemers zelf zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van de arbeidsmigranten. Om hen te ondersteunen heeft de VROM-Inspectie de handreiking ‘Ruimte voor arbeidsmigranten’ en een aantal factsheets ‘Huisvesting arbeidmigranten’ gemaakt: ‘Wet- en regelgeving en handhaving’, ‘De sociale component’ en ‘Huisvestingsvormen’.

Rol gemeenten

Gemeenten hebben verschillende taken bij de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten. Zo moeten gemeenten initiatiefnemers voor huisvesting adviseren en ondersteunen. Ook kunnen ze bij het uitblijven van huisvestingsinitiatieven vanuit de markt, een regisserende rol op zich nemen. Een andere belangrijke taak is de handhavingstaak: optreden tegen misstanden en overtredingen. Hierbij kan gedacht worden aan (brand)veiligheid voor de gehuisveste arbeidsmigranten, maar ook overtredingen op het vlak van bijvoorbeeld de openbare orde, de bouwregelgeving of het bestemmingsplan. Bij deze taken ligt regionale afstemming voor de hand.

Gemeenten hebben diverse instrumenten om de huisvesting vorm te geven. Met de Huisvestingswet kunnen gemeenten kamergewijze verhuur sturen. Ook kunnen ze, om aandachtswijken te ontzien, het splitsen van woningen, het onttrekken van woningen en/of het starten van een pension in deze wijken verbieden. Het is wel van belang om tegelijkertijd huisvestingsmogelijkheden in andere wijken te creëren. Van belang is dan ook de handhaving in de aandachtswijken te intensiveren. Bij de aanpak van overlast kunnen gemeenten gebruik maken van maatregelen uit het ‘Actieplan Overlast en Verloedering’ van het ministerie van BZK.

Een aantal gemeenten heeft de afgelopen jaren lokale en/of regionale informatie- en meldpunten opgericht, waar arbeidsmigranten terecht kunnen voor ondersteuning. Het Informatiepunt Polen Duin- en Bollenstreek is één van de bekendste. Andere praktijkvoorbeelden zijn: het werken met een convenant in West-Brabant, handhaven van huisvesten arbeidsmigranten in de gemeente Kaag en Braassem, en de regionale kadernota huisvesting buitenlandse werknemers West-Friesland.

Rol CCV

Onderzoeksbureau B&A heeft onder gemeenten uit het netwerk van het CCV een korte vragenlijst verspreid met vragen over de veiligheidsproblematiek met betrekking tot arbeidsmigranten uit Oost-Europa. Hiermee wilde het CCV de mogelijke problematiek in kaart brengen en de behoefte aan kennisuitwisseling tussen gemeenten over mogelijke aanpakken en voorbeeldprojecten peilen. De notitie ‘Arbeidsmigranten uit Oost-Europa: een veiligheidsprobleem?’ geeft de bevindingen uit deze rondvraag weer en B&A doet hierin enkele aanbevelingen.

Het CCV ondersteunt de informatie-uitwisseling tussen professionals die werkzaam zijn op het terrein van de maatschappelijke veiligheid. Oost-Europese arbeidsmigranten was het onderwerp van een workshop op het congres ‘Integraal veiligheidsbeleid regionaliseert!’ op 28 januari 2009.

Links