Delen

Achtergrondinformatie

Om te voorkomen dat ex-gedetineerden na terugkeer in de maatschappij vervallen in herhalingscriminaliteit, is goede nazorg nodig. Een goede samenwerking tussen alle betrokken partijen is hierbij van cruciaal belang.

Aard en omvang
Detentie en re-integratie
Samenwerking Justitie en gemeenten
Financiering gemeentelijke coördinatie
Programma Modernisering Gevangeniswezen
Veiligheidshuizen
Rol CCV
Meer informatie en links

Aard en omvang

De recidive onder ex-gedetineerden is weliswaar licht dalend, maar nog steeds hoog. Iets minder dan de helft van alle volwassen ex-gedetineerden die in 2008 de penitentiaire inrichting verlieten, kwam binnen twee jaar opnieuw in aanraking met justitie (WODC recidivebericht 2002-2008).

Om de situatie van (ex-)gedetineerden op de gebieden identiteitsbewijs, onderdak, inkomen, schulden en zorg in kaart te brengen, heeft het WODC twee metingen van de ‘Monitor Nazorg ex-gedetineerden’ gehouden. De eerste meting volgt een groep van ex-gedetineerden die tussen 1 juli en 31 december 2008 een penitentiaire inrichting (PI) verlieten en die zich daarna in een Nederlandse gemeente vestigden. De groep ex-gedetineerden die tussen 1 juli en 31 december 2009 een PI verlieten, en die zich daarna in een Nederlandse gemeente vestigde, is gevolgd in de tweede meting.

Een vergelijking tussen beide metingen laat het volgende zien:

  • Bij ontslag uit detentie in 2009 hebben iets meer ex-gedetineerden inkomen en huisvesting dan in 2008.
  • Het percentage gedetineerden dat na detentie een identiteitsbewijs heeft, is gelijk gebleven.
  • Bij de tweede meting hebben minder ex-gedetineerden tijdens hun detentie inkomen en huisvesting verloren dan bij de eerste meting. Vooral wat betreft inkomen zijn er duidelijke verschillen te zien. In 2008 is bijna een derde van de gedetineerden, die voor detentie een inkomen hadden, hun inkomen kwijtgeraakt. In 2009 was dit bij minder dan een kwart van de gedetineerden het geval.
  • Aan de andere kant blijkt dat het tijdens detentie verkrijgen van een identiteitsbewijs, inkomen of huisvesting in 2009 relatief minder goed is gegaan. In 2008 verkreeg 14,9 procent van de gedetineerden een identiteitsbewijs, 25,5 procent een inkomen en 40,8 procent huisvesting. In 2009 was dat respectievelijk 9,2, 22 en 35,2 procent.

Detentie en re-integratie

Om herhalingscriminaliteit te voorkomen, is het belangrijk dat ex-gedetineerde burgers bij terugkeer in de maatschappij voorzien zijn van de noodzakelijke basisvoorzieningen. Dit zijn: een geldig identiteitsbewijs, huisvesting, inkomen, een plan voor schuldsanering en passende zorg. Als deze basisvoorzieningen ontbreken, neemt de kans op herhalingscriminaliteit toe. Het ministerie van Veiligheid en Justitie streeft ernaar om voor ten minste acht van de tien burgers die uit detentie komen, deze basisvoorzieningen op orde te hebben.

Het doel is te zorgen dat ex-gedetineerden in het bezit zijn van een geldig identiteitsbewijs, onderdak en een inkomen op het moment dat ze vrijkomen na detentie. Daarnaast is het beleid erop gericht dat er op het moment dat gedetineerden vrijkomen inzicht is in eventuele schulden en dat er, indien nodig, een plan voor schuldhulpverlening is opgesteld. Ten slotte dient de zorgbehoefte van de gedetineerde vastgesteld te worden. Als de gedetineerde zorg nodig heeft, dan moet deze zorg worden gerealiseerd of opgestart.

De verantwoordelijkheid voor het bereiken van deze doelen ligt tijdens detentie bij het gevangeniswezen, na detentie verschuift de verantwoordelijkheid naar de gemeente waarnaar een ex-gedetineerde uitstroomt. Samenwerking tussen het gevangeniswezen (penitentiaire inrichtingen) en gemeenten is dan ook een belangrijk aspect.

Samenwerking Justitie en gemeenten

In juli 2009 hebben het ministerie van Justitie en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) afspraken over de nazorg aan ex-gedetineerden vastgelegd in het Samenwerkingsmodel Nazorg volwassen (ex-)gedetineerde burgers, gemeenten - Justitie (hierna samenwerkingsmodel genoemd). Het samenwerkingsmodel heeft betrekking op alle (ex-)gedetineerde burgers van 18 jaar of ouder met een geldige verblijfstatus, die na hun verblijf in een Nederlandse penitentiaire inrichting terugkeren in de Nederlandse samenleving.

Het samenwerkingsmodel is in 2010 landelijk ingevoerd. Op basis van het samenwerkingsmodel werken penitentiaire inrichtingen en gemeenten samen met hun netwerkpartners onder andere aan de verbetering van de vijf basisvoorzieningen. In 2011 is het samenwerkingsmodel geactualiseerd.

Financiering gemeentelijke coördinatie

Om gemeenten tegemoet te komen in de financiering van de gemeentelijke coördinatie van nazorg, hebben het toenmalige ministerie van Justitie en de VNG afspraken gemaakt over het toevoegen van tijdelijke extra middelen aan het gemeentefonds. Besloten is om het beschikbare bedrag (zes miljoen euro in 2010 en zes miljoen euro in 2011) te verdelen via de 43 centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid. De verdeling vond plaats op basis van de aantallen ex-gedetineerden die in 2008 naar de gemeenten uitstroomden.

De nazorggelden worden in 2012 en 2013 voor een deel gecontinueerd om de gemeentelijke nazorg aan ex-gedetineerden te bestendigen (vier miljoen in 2012 en twee miljoen in 2013).

Tot een regionale financiële verdeling is besloten, omdat de nazorg aan ex-gedetineerden burgers vaak in regionaal verband (via de Veiligheidshuizen) is georganiseerd. Ook werken veel regiogemeenten samen op dit vlak en zijn veel uitvoeringsorganisaties op regionale schaal georganiseerd.

Programma Modernisering Gevangeniswezen (MGW)

De maatschappij verandert en het gevangeniswezen verandert mee. Om ervoor te zorgen dat mensen na hun detentietijd niet terugvallen in crimineel gedrag, zijn alle penitentiaire inrichtingen (PI’s) bezig met een grote veranderslag. Daarin staat de levensloopbenadering centraal: het gaat om het leven in de gevangenis en ook daarna.

Belangrijke uitgangspunten van het programma MGW zijn:

  • Een intensievere samenwerking met de ketenpartners.
  • Het regionaal plaatsen van gedetineerden.
  • Het opstellen van een persoonsgericht detentieplan bij aanvang van de detentie.
  • Een efficiëntere en meer vraaggestuurde organisatie van het werk.
  • Investeren in het vakmanschap van medewerkers.

Veiligheidshuizen

Een Veiligheidshuis is een lokaal of regionaal samenwerkingsverband dat zich richt op het terugdringen van overlast en criminaliteit. Verschillende instanties werken op één locatie samen aan opsporing, vervolging, berechting en hulpverlening. Werkprocessen worden op elkaar afgestemd, zodat strafrecht en zorg elkaar aanvullen. Er wordt ingezet op gedragsverandering, recidivevermindering en verbetering van de kwaliteit van leven van de delinquent. Men werkt dadergericht, gebiedsgericht en probleemgericht.

In het midden van de jaren ’90 ontstond de samenwerking tussen justitiële partners, onder de vlag van Justitie in de Buurt. Al gauw werd de samenwerking verbreed naar gemeenten en zorg- en hulpverlening. Dit leidde tot het eerste Veiligheidshuis in Tilburg in 2002. Naarmate de gemeente een grotere rol kreeg in het integrale veiligheidsbeleid, is bij veel Veiligheidshuizen een verschuiving opgetreden van regie bij het OM naar regie bij de gemeente.

Inmiddels zijn er 45 Veiligheidshuizen in Nederland. Bijna alle Veiligheidshuizen richten zich op de aanpak van veelplegers, huiselijk geweld, risicojongeren en nazorg ex-gedetineerden. Justitie, gemeente en zorg participeren in de meeste Veiligheidshuizen.

Het landelijk programma Doorontwikkeling Veiligheidshuizen (vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie) richt zich, in samenwerking met het CCV, op het slagvaardiger en professioneler maken van de samenwerking in Veiligheidshuizen. Inzet hierbij is vooral het wegnemen van de gesignaleerde risico’s en knelpunten, inspelen op landelijke ontwikkelingen, het ondersteunen van de praktijk met het verspreiden best practices en het bieden van kaders.

Rol CCV

Het CCV verzamelt op deze website goede voorbeelden en regionale convenanten over nazorg aan ex-gedetineerden. Heeft uw gemeente of organisatie een (beleids)document over dit thema dat ook voor andere gemeenten interessant kan zijn? Laat het ons dan weten. Dit kan door het desbetreffende document te mailen aan Nicolien van den Brom.

In de tweede helft van 2011 heeft het CCV vier regionale bijeenkomsten over de nazorg aan (ex-)gedetineerden georaniseerd. Download hier het verslag en de presentaties.

Meer informatie

Voor vragen en/of opmerkingen kunt u contact opnemen met Nicolien van den Brom via het contactformulier of per telefoon: 030-7516735.

Links