Delen
27 sep 2012

Forensische zorg tijdens detentie

De psychische problematiek onder gedetineerden is ernstig en omvangrijk. Het merendeel van de gedetineerden heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis, verslavingsproblemen, een lichte verstandelijke beperking of combinaties daarvan. Slechts een beperkt deel van de gedetineerden krijgt tijdens detentie een passende behandeling zegt de Raad voor de Strafrechtstoepassing in dit advies.

Probleemstelling

Hoe staat het met de zorgverlening tijdens detentie aan gedetineerden met een psychische stoornis, een lichte verstandelijke beperking of met verslavingsproblematiek. Aanleiding voor dit advies is een aantal recente ontwikkelingen op het terrein van de forensische zorg.

Beschrijving

Het bieden van verantwoorde zorg is van belang voor zowel de resocialisatie van gedetineerden als voor het verminderen van recidive. Beide komen de veiligheid van de samenleving ten goede.

Op grond van informatie verkregen uit werkbezoeken, gesprekken met praktijkdeskundigen en schriftelijke documentatie is een beeld gevormd over de vraag of de forensische zorg tijdens detentie op dit moment kwalitatief en kwantitatief op orde is.

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming brengt op eigen initiatief dit advies uit aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (VenJ). Het advies kan in samenhang worden gezien met het recent door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg uitgebrachte advies 'Stoornis en delict', dat zich richt op de verbetering van de aansluiting tussen de forensische zorg en de reguliere ggz.

Conclusies

Er zijn positieve ontwikkelingen, zoals de introductie van de penitentiaire psychiatrische centra (ppc’s). De overheveling van het zorgbudget naar het ministerie van Veiligheid en Justitie is de inrichting van het nieuwe stelsel van forensische zorg ten goede is gekomen. Toch zijn er bij de forensische zorg tijdens detentie nog belangrijke knelpunten die het niveau van aanloopproblemen overstijgen, zoals:

  • Slechts een klein deel van de doelgroep krijgt tijdens detentie gespecialiseerde zorg. Dit is niet in verhouding tot de omvang van de geconstateerde problematiek.
  • Er zijn knelpunten bij de screening, tekorten aan en overbelasting van psychologen, daarmee samenhangend soms zwak functionerende psycho-medische overleggen en vaak langdurige bureaucratische procedures van indicatiestelling en (over-) plaatsing.

Om de positieve ontwikkelingen bij de forensische zorg in detentie te versterken zijn verbeteringen noodzakelijk bij de instroom in, het zorgaanbod tijdens en de uitstroom uit de forensische zorg. In het advies staan diverse aanbevelingen hiervoor.

Organisatie

Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming

Links