Delen
23 apr 2010

Monitor Nazorg Ex-gedetineerden

Ontwikkeling en eerste resultaten

De eerste monitor nazorg ex-gedetineerden brengt in kaart in welke mate (ex-)gedetineerden in het bezit zijn van de noodzakelijke basisvoorzieningen: identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en passende zorg. Op het moment dat zij een penitentiaire inrichting binnenkomen wordt dit bekeken. Ook op het moment dat hun detentie erop zit én op het moment dat zij zich zes maanden op vrije voeten bevinden.

Probleemstelling

De volgende onderzoeksvragen komen in de monitor aan de orde:

  • In welke mate hebben gedetineerden een identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en contact met een zorginstelling direct voor detentie, direct na detentie, en zes maanden na detentie?
  • In welke mate is er sprake van verandering in de problematiek op de verschillende leefgebieden tussen de situatie direct voor, direct na en zes maanden na detentie?
  • Welke sociaal-demografische kenmerken en kenmerken van de detentie hangen samen met problemen op verschillende leeftijden, en met verandering in de problematiek op de verschillende leeftijden?

Beschrijving

In de eerste meting van de monitor nazorg ex-gedetineerden wordt een groep van ex-gedetineerden gevolgd die tussen 1 juli 2008 en 31 december 2008 een penitentiaire inrichting verlieten en die zich daarna in een Nederlandse gemeente vestigden. In totaal zijn dit 15.356 personen. Slechts 17,2 procent van de ex-gedetineerden heeft langer dan zes maanden vastgezeten, waarvan de meerderheid ook nog korter dan een jaar. Voor bijna 65 procent van de ex-gedetineerden was het niet de eerste keer dat ze, sinds 1996, in een penitentiaire inrichting hebben gezeten.

Om de situatie van de gedetineerden op de vijf leefgebieden aan het begin van hun detentie te beschrijven, is gebruik gemaakt van gegevens die worden bijgehouden in het Digitaal Platform Aansluiting Nazorg (DPAN). Voor de beschrijving van de situatie van ex-gedetineerden op de leefgebieden na zes maanden detentie wordt in deze eerste meting gebruikgemaakt van registraties van een drietal gemeenten, te weten Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. In totaal stroomt ongeveer 25 procent van de ex-gedetineerden uit naar deze gemeenten. Een nadeel van het gebruik van informatie over ex-gedetineerden uit drie verschillende gemeenten, en dus uit drie verschillende informatiebronnen, is dat de gegevens moeilijk met elkaar te vergelijken zijn.

Conclusies

Enkele conclusies uit de monitor nazorg:

  • Ruim 80 procent van de gedetineerden had een probleem op ten minste één van de vijf leefgebieden. Van de gedetineerden met problemen hadden de meeste (bijna 30 procent) alleen een probleem op het gebied van schulden. Direct na detentie heeft bijna de helft van de ex-gedetineerden ten minste één probleem op één van deze gebieden. Direct voor detentie had bijna 40 procent van de gedetineerden op ten minste één van deze drie leefgebieden een probleem.
  • De situatie op het gebied van identiteitsbewijs, inkomen, huisvesting, schulden en zorg zes maanden na detentie is niet goed in kaart te brengen, daardoor kan geen beeld gegeven worden van de verandering in de eerste zes maanden na detentie.
  • Problematiek op de leefgebieden voor detentie komt vaker voor onder de maatschappelijke opvanggroep, onder gedetineerden zonder geregistreerd partner.
  • Met betrekking tot problematiek na detentie valt op dat gedetineerden die niet zijn geboren in Nederland minder vaak een inkomen hebben na detentie dan gedetineerden die zijn geboren in Nederland. Verder valt nog op dat naarmate gedetineerden vaker vast hebben gezeten, de kans groter is dat ze voor detentie geen identiteitsbewijs, geen huisvesting, schulden en contact met een zorginstelling hebben. De samenhang van achtergrondkenmerken met verandering in problematiek laat zien dat naarmate gedetineerden langer in detentie zitten, de kans groter is dat ze hun identiteitsbewijs, inkomen of huisvesting verliezen. Ook is het zo dat wanneer ze hier voor detentie niet over beschikken, de kans groter is dat ze dit tijdens detentie verkrijgen.

Auteurs

G. Weijters en P.A. More

Organisatie

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie