RvS: Wymbritseradiel moet onderzoeken hoe drankverstrekking nu verloopt
Bij besluit heeft het college van de gemeente Wymbritseradiel afwijzend beslist op het verzoek om handhavend op te treden tegen vier aanwezige keten. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de gemeente van handhaving af kan zien en of met de activiteiten nog steeds een horecabedrijf wordt uitgeoefend.
De Raad van State oordeelt dat de gemeente door alleen te stellen dat geen verstrekking meer plaatsvindt onvoldoende motiveert dat nu aan de criteria van de uitspraak van 10 november 2010 wordt voldaan en draagt het college op binnen zes weken een schriftelijke weergave van een onderzoek naar de drankverstrekking in de afzonderlijke keten te zenden aan de Afdeling.
Instantie
Raad van State
Rolnummer
201005951/1/T1/H3
Beschrijving
Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal het bestuursorgaan dat bevoegd is om op te treden in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan dat weigeren. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Ook kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
Legalisering
Er is geen grond voor het oordeel dat concreet zicht bestond op legalisering. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat de met de Drank- en Horecawet (DHW) strijdige activiteiten die in de jeugdketen worden ontplooid, zullen worden gelegaliseerd. Het standpunt van het college dat in dit geval moet worden aangenomen dat concreet zicht bestaat op legalisering wegens de tijdelijkheid van de aanwezigheid van de jeugdketen, wordt door de Afdeling niet gevolgd. Zolang de jeugdketen voldoen aan de voorwaarden neergelegd in het gedoogbeleid, zal het college daartegen niet handhavend optreden en blijven de jeugdketen bestaan terwijl aldaar activiteiten worden ontplooid die in strijd zijn met de DHW.
Handleiding Ketenbeleid
Het college kan ook geen gerechtvaardigd beroep doen op gewekt vertrouwen van correct handelen volgens de Handleiding Ketenbeleid. Blijkens het gedoogbeleid vallen de jeugdketen onder de categorie buurt- of dorpskeet. Uit de Handleiding volgt dat dan sluiting dient te volgen of een periode moet worden gesteld waarbinnen de buurtkeet kan worden omgevormd tot een huiskamerkeet. Gedurende deze overgangsperiode kunnen door gemeenten nadere (gedrags)regels worden gesteld met betrekking tot de buurtketen, aldus de Handleiding. Uit het gemeentelijk gedoogbeleid volgt niet dat de door het college ten aanzien van de buurtketen opgestelde beleidsregels slechts gelden voor een nader bepaalde, dan wel nog nader te bepalen, overgangsperiode. De rechtbank heeft terecht het betoog van het college, dat voor het gedogen van de jeugdketen steun kan worden gevonden in de Handleiding, verworpen.
Andere omstandigheden
Er is ook niet gebleken van andere omstandigheden die maken dat handhaving in dit geval zodanig onevenredig is, dat daarvan dient te worden afgezien.
Onderzoek drankverstrekking
Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet bevoegd is handhavend op te treden op grond van de DHW, omdat in de afzonderlijke jeugdketen nu geen horecabedrijf meer wordt uitgeoefend. Met de enkele stelling dat aan de door de Afdeling geformuleerde criteria is voldaan, heeft het college het besluit niet voldoende gemotiveerd. Het college had moeten onderzoeken hoe de drankverstrekking in de afzonderlijke jeugdketen nu feitelijk verloopt en krijgt daartoe de opdracht van de Afdeling.
Vindplaats
Op rechtspraak.nl onder LJN: BP3653



