Gemeentelijk 'blowverbod' in strijd met Opiumwet
De burgemeester van Amsterdam mag op grond van de APV geen locatie aanwijzen waar een softdrugsverbod geldt. Dit zogenaamde 'blowverbod' is in strijd met de Opiumwet.
Instantie
Raad van State
Rolnummer
201009884/1/H3
Wetsartikelen
APV, Gemeentewet, Opiumwet
Beschrijving
Amsterdam heeft de mogelijkheid om een blowverbod in te voeren opgenomen in haar APV.
Een groep bewoners van de gemeente Amsterdam heeft de burgemeester verzocht om een blowverbod in te voeren voor een kinderspeelplaats. Blowende jongeren veroorzaken daar veel overlast.
De burgemeester wijst dit verzoek af. Het blowverbod is een uiterst middel om overlast van softdrugs gebruikende jongeren tegen te gaan. Eerst dient het effect van de alternatieve maatregelen, die in gang zijn gezet naar aanleiding van het verzoek, te worden afgewacht.
De zaak komt uiteindelijk in hoger beroep.
De Afdeling bekijkt hoe het APV artikel zich verhoudt tot de Opiumwet. Artikel 2.17, vijfde lid, van de Amsterdamse APV geeft de burgemeester de bevoegdheid een gebied aan te wijzen waarin het verboden en strafbaar is om softdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te hebben. De Opiumwet verbiedt het aanwezig hebben van ‘softdrugs’. Overtreding hiervan is strafbaar. De Afdeling oordeelt dat ook het gebruiken van softdrugs strafbaar is op grond van de Opiumwet. Gebruik impliceert namelijk het aanwezig hebben en omgekeerd.
De Afdeling verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 14 december 2004; LJN: AR4923. Ook verwijst zij naar de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 3 van de Opiumwet, waarin is vermeld dat het 'aanwezig hebben' het 'aanwenden' van softdrugs mede omvat (Kamerstukken II 1974/75, 13 407, nrs. 1-3, blz. 14, 19 en 20).
De Afdeling bepaalt dat er geen ruimte bestaat voor gemeentelijke verbods- en strafbepalingen die voorschriften uit de Opiumwet dupliceren, ongeacht het motief dat daaraan ten grondslag ligt.
De burgemeester was derhalve niet bevoegd om op grond van die bepaling een locatie aan te wijzen als gebied waar een softdrugsverbod geldt. De burgemeester kan op grond van artikel 172, tweede en derde lid, van de Gemeentewet optreden tegen personen die, al dan niet onder invloed van softdrugs, de openbare orde verstoren.
Vindplaats
Op www.rechtspraak.nl onder LJN: BR1425



