Delen
08 sep 2008

Rb Amsterdam: Geen overtreding op moment van sluiting niet relevant. Doel sluiting is onder meer signaal ‘naar buiten toe’

De sluiting is een maatregel volgende op een overtreding van de Opiumwet. Dat de overtreding zich niet meer voordoet op het moment van de sluiting, doet aan de feitelijke grondslag niet af. In dit verband is van belang dat de sluiting onder meer tot doel heeft een signaal “naar buiten toe” te geven dat de woning niet langer als drugspand dienst doet. Verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Instantie

Rechtbank Amsterdam

Rolnummer

AWB 08/3124

Wetsartikelen

13b Opiumwet

Beschrijving

Naar vaste jurisprudentie van de afdeling is voor het ontstaan van de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen niet vereist dat de hennep daadwerkelijk is verhandeld. Uit het woord “daartoe” in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet volgt dat de enkele aanwezigheid van de hennep ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking de bevoegdheid verschaft tot sluiting (zie onder meer de uitspraak de Afdeling van 5 januari 2005, LJN: AR8730). Verweerder was derhalve op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang. Aan de toets of sprake is van een ernstig gevaar dan wel schending van de openbare orde komt verweerder in zoverre dan ook niet toe.

Blijkens de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2005-2006, 30 515, nr. 3, p. 8-9) bij de wijziging van artikel 13b van de Opiumwet dient dit artikel onderdeel uit te maken van vooraf vastgesteld beleid, waaraan een zogenoemd stappenplan is gekoppeld waarin nauwkeurig is aangegeven bij welke overtreding, door wie en met welk juridisch instrumentarium en met welke consequenties wordt opgetreden. Het sluiten van de woning betreft in dit stappenplan een ultimum remedium. Hieruit volgt dat aan het opteren voor deze maatregel – sluiting van een woning – en de motivering hiervan zwaarwegende eisen worden gesteld.

Verweerder heeft ten aanzien van de bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet voor wat betreft woningen geen beleid vastgesteld. Uit het bestreden besluit blijkt niet op grond van welke bepaling van de Awb in samenhang met artikel 13b van de Opiumwet het bestreden besluit is genomen. Voorts overweegt de rechter dat uit de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde motivering onvoldoende blijkt waarom de opgelegde maatregel in het voorliggende geval proportioneel is. In plaats van een waarschuwing is nu immers gekozen voor een ultimum remedium namelijk de - onmiddellijke - sluiting van de woning. Daarbij heeft verweerder niet gemotiveerd waarom is gekozen voor een sluitingsduur van drie maanden. Nu verweerder dienaangaande geen beleid heeft vastgesteld, is immers niet kenbaar in welke gevallen verweerder volstaat met een minder verstrekkende maatregel. Gelet hierop geeft het besluit onvoldoende inzicht in de afweging van alle betrokken belangen. Verweerder zal dan ook het bestreden besluit volledig dienen te motiveren en hierbij alle relevante aspecten en belangen dienen te betrekken en tegen elkaar af te wegen. Nu verweerder dit heeft nagelaten is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Dit motiveringsgebrek kan echter in bezwaar hersteld worden.

Vindplaats

Op www.rechtspraak.nl onder LJN: BG3625