Rb Breda: Onterechte intrekking exploitatievergunning coffeeshop wegens ernstig gevaar
De burgemeester van Tilburg heeft besloten de expolitatievergunning van een coffeeshop in te trekken. De burgemeester volgt het oordeel van het Bureau integriteitsbeoordelingen: er bestaat een ernstige mate van gevaar dat de verleende vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. De voorzieningenrechter concludeert dat er geen aanleiding is voor het oordeel.
De burgemeester had zich niet op het advies mogen baseren. De burgemeester had naar aanleiding van het advies mogen concluderen dat zich de in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet BIBOB opgenomen intrekkingsgrond voordoet.
Instantie
Rechtbank Breda
Rolnummer
09/3375 HOREC VV
Wetsartikelen
Als grondslag is gebruikt artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b Wet BIBOB
Beschrijving
Volgens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet BIBOB kunnen bestuursorganen voor zover zij daartoe bij of krachtens de wet de bevoegdheid hebben gekregen een gegeven beschikking intrekken, indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.
Het derde lid van dit artikel bepaalt dat voor zover het ernstig gevaar als
bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, betreft, de mate van het
gevaar wordt vastgesteld op basis van:
a) feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen
vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die
zijn gepleegd bij activiteiten die overeenkomen of samenhangen met activiteiten
waarvoor de beschikking wordt aangevraagd, dan wel is gegeven;
b) ingeval van vermoeden de ernst daarvan;
c) de aard van de relatie en;
d) het aantal van de gepleegde strafbare feiten.
Het vierde lid, aanhef en onder a en c, van dit artikel bepaalt dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als bedoeld in het tweede en het derde lid, indien hij deze strafbare feiten zelf heeft begaan of een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat.
De aard van de relatie is in dit geval dat de feitelijk leidinggevenden de echtgenoot en de zoon van de vergunninghouder zijn. Beiden zijn veroordeeld voor overtredingen van de Opiumwet. De samenhang tussen de activiteiten waarbij de strafbare feiten zijn gepleegd en de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, is - blijkens het advies - dat deze strafbare feiten een directe relatie hebben met de activiteiten van de coffeeshop nu deze gepleegd zijn tijdens de exploitatie van de inrichting en deels in het verlengde daarvan liggen, namelijk via de teelt van hennep.
Het doorsnijden van de zakelijke banden (i.c. ontslag) tussen de vergunninghouder en de derden brengt niet met zich mee, dat die derden geen invloed meer kunnen uitoefenen op de bedrijfsvoering. Belangrijkste reden voor die aanname is het bestaan van een familierelatie tussen vergunninghouder en de derden.
Vindplaats
Op www.rechtspraak.nl (LJN: BK2704)



