Delen
10 jul 2008

Rb ’s-Gravenhage: Handel in sofdrugs via het internet in strijd met artikel 3b Opiumwet

Verdachte heeft zich gedurende anderhalf jaar schuldig gemaakt aan de handel in softdrugs via het internet.

Instantie

Rechtbank ‘s-Gravenhage

Rolnummer

09/754171-07

Wetsartikelen

3b Opiumwet

Beschrijving

In de Aanwijzing Opiumwet van het OM staat in paragraaf 2.2.2 dat in beginsel tegen coffeeshops die op grond van het lokale driehoeksoverleg worden gedoogd en die zich houden aan de AHOGJ-criteria, niet strafrechtelijk zal worden opgetreden. In dezelfde paragraaf staat dat dit, vanuit een oogpunt van beheersbaarheid en controleerbaarheid, nadrukkelijk niet geldt voor verkoop van softdrugs in bijvoorbeeld cafés, winkels of afhaalcentra, via een koeriers- of taxibedrijf, een 06-nummer, postorderbedrijf of anderszins. Uit deze tekst blijkt duidelijk dat het niet is toegestaan softdrugs langs andere kanalen dan coffeeshops te verkopen.

Artikel 3b van de Opiumwet strekt ertoe openbaarmakingen, die er kennelijk op gericht zijn de verkoop van een verdovend middel te bevorderen, te verbieden. Een website bevat mededelingen waarvan door het publiek op eenvoudige wijze kennis kan worden genomen, zo ook de onderhavige website. Deze website beoogde de (ver)koop van softdrugs via het internet te faciliteren. De website is daarmee een openbaarmaking in de zin van artikel 3b van de Opiumwet. De rechtbank constateert dat verwijzing naar de online coffeeshop buiten de webwinkel feitelijk wel is gebeurd, namelijk door hyperlinks te plaatsen op andere websites van verdachte, via welke men direct kon doorklikken naar de online coffeeshop. Het verweer dat de website geen openbaarmaking is als bedoeld in artikel 3b van de Opiumwet wordt derhalve verworpen.

Vindplaats

Op www.rechtspraak.nl onder LJN: BD7012