Hof Arnhem: Terecht verbod op verkoop cannabis door stichting op grond van coffeeshopbeleid.
Vereniging van Cannabisconsumenten die sofdrugs verkoopt in verenigingspand verboden en ontbonden wegens strijd met openbare orde.
Instantie
Hof Arnhem
Rolnummer
2001/684Wetsartikelen
BW art. 2:20, eerste lid, art. 2:20, tweede lid
Opiumwet art 3, eerste lid, onder C
Beschrijving
Door de Rechtbank Almelo was de Vereniging van Enschedese Cannabisconsumenten (VEC), op vordering van de Officier van Justitie verboden en ontbonden, omdat de werkzaamheden van de vereniging deels in strijd waren met de openbare orde, namelijk het coffeeshopbeleid van de Twentse gemeenten. De VEC vorderde in hoger beroep deze beschikking te vernietigen, althans de VEC in de gelegenheid te stellen haar doel te wijzigen.
Het Hof constateert dat vaststaat dat de VEC strafrechtelijk is veroordeeld wegens de feitelijke verkoop en verstrekking van softdrugs, hetgeen een overtreding van de Opiumwet inhoudt. De VEC houdt zich dus bezig met het plegen van misdrijven, hetgeen handelen in strijd met de openbare orde oplevert. Daarbij komt nog dat de VEC niet heeft gehandeld in overeenstemming met de richtlijnen en criteria van het landelijke en regionale gedoogbeleid. De stelling van de VEC dat deze regels voor haar niet gelden, omdat haar verenigingsruimte niet voor het publiek toegankelijk is, gaat niet op. Indien dit wel het geval zou zijn, zou dit gedoogbeleid, door een juridische constructie, namelijk het oprichten van een vereniging, volledig worden gefrustreerd, hetgeen onacceptabele gevolgen zou hebben voor de samenleving. Een belangrijk deel van de werkzaamheden van de VEC zijn in strijd met de openbare orde en de VEC moet op grond van artikel 2:20 lid 1 BW verboden worden verklaard.
Het Hof bekrachtigt de beschikking van de Rechtbank. (TR)
Noot
De poging van consumenten van cannabisproducten om door de oprichting van een vereniging zich te kunnen onttrekken aan het landelijke en regionale gedoogbeleid is mislukt. De feitelijke werkzaamheden van de VEC (4500 leden), namelijk het verkopen en verstrekken van softdrugs, zijn bepalend. De juridische constructie waarbinnen dit gebeurt is niet relevant. De VEC heeft zijn best gedaan het Nederlandse (gedoog)beleid rondom de regulering van softdrugs in Nederland te doorbreken. Strafrechtelijk is de VEC echter reeds veroordeeld en de rechter heeft geoordeeld dat het verenigingsgebouw terecht door de burgemeester is gesloten op grond van artikel 13b Opiumwet en nu heeft de VEC ook civielrechtelijk bakzeil gehaald. De VEC is verboden en ontbonden, hetgeen zeer zelden voorkomt in Nederland. De VEC heeft aangegeven niet in cassatie te zullen gaan. (TR)
Vindplaats
- Jurisprudentie Gemeenten, 13 (2002) 46 met noot van T.J. van der Reijt



