Delen
05 aug 2004

CRvB: Exploitant gedoogde coffeeshop is verzekeringsplichtig. Arbeidsovereenkomst met werknemers niet in strijd met openbare orde.

Exploitant gedoogde coffeeshop is verzekeringsplichtig; arbeidsovereenkomst met werknemers is niet in strijd met de openbare orde.

Instantie

Centrale Raad van Beroep

Rolnummer

02/2796 ALGEM

Wetsartikelen

  • BW art. 3:40

Beschrijving

X. exploiteert twee gedoogde coffeeshops. Na onderzoek besluit het UWV op 10 december 1999 dat de in de coffeeshops werkzame personen verplicht verzekerd zijn ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten. De betrokken personen blijken werkzaam in een privaatrechtelijke dienstbetrekking waarbij de werkzaamheden schriftelijk zijn vastgelegd. De werkzaamheden bestaan uit deels gedoogde (cannabisverkoop) en deels niet gedoogde activiteiten (betrekking hebbend op de 'achterdeur' van de coffeeshop). Omdat het om gedoogde coffeeshops gaat is er geen strijd met de openbare orde of met het gemeentelijk beleid. X. bestrijdt deze verzekeringsplicht, de rechtbank Middelburg verklaart zijn beroep echter ongegrond. De rechtbank onderschrijft de door het UWV geconstateerde verzekeringsplicht en voegt daaraan toe dat de niet-gedoogde werkzaamheden die betrokkenen verrichten (zoals de inkoop, het versnijden en vervoer van cannabis), qua aard en omvang de door de overheid gehanteerde grenzen van het gedoogbeleid niet dermate overschrijden dat ten aanzien van de gehele dienstbetrekking van strijd met de openbare orde zou moeten worden gesproken. X. bestrijdt dit oordeel en voert daarbij aan dat het gedoogbeleid uitdrukkelijk is beperkt tot de 'voordeur' van coffeeshops.

De Raad constateert dat partijen het er niet over eens zijn of de arbeidsovereenkomsten nietig zijn wegens strijd zijn met art. 3:40 BW. "In een uitspraak van 21 februari 2002, onder meer gepubliceerd in AB 2002, 207, heeft de Raad overwogen dat, aangezien de verkoop van softdrugs in een gedoogde coffeeshop is toegestaan, althans niet kan leiden tot strafvervolging, de verkoop van softdrugs in een gedoogde coffeeshop naar het oordeel van de Raad niet in strijd is met de openbare orde. Derhalve was de Raad van oordeel dat ook de arbeidsovereenkomst tussen de houder van een gedoogde coffeeshop en de verkoper van softdrugs in een gedoogde coffeeshop naar inhoud noch naar strekking in strijd is met de openbare orde, zodat van een nietige overeenkomst op grond van artikel 3:40, eerste lid, BW geen sprake is.
In een uitspraak van 28 februari 2002, onder meer gepubliceerd in AB 2002, 206, heeft de Raad echter geoordeeld dat tussen een hennepkweker en "henneptoppers" om reden van illegale stelselmatige marihuana-kweekactiviteiten en deswege wegens strijd met de openbare orde geen rechtsgeldige arbeidsovereenkomsten tot stand gekomen zijn. In de onderhavige zaak is niet in geschil dat sprake is van door de overheid gedoogde coffeeshops en dat is voldaan aan de voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst vereiste drie essentiële kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, te weten de gezagsverhouding, de verplichting tot persoonlijke dienstverrichting en de loonbetalingsverplichting." De niet-gedoogde activiteiten die de betrokken medewerkers in het kader van hun dienstbetrekkig uitvoeren zijn onlosmakelijk verbonden aan de wel gedoogde cannabisverkoop.

"In aanvulling op de hiervoor weergegeven jurisprudentie is de Raad dan ook van oordeel dat, gegeven de hiervoor weergegeven omstandigheden, niet gesproken kan worden van nietige arbeidsovereenkomsten. De Raad wijst daarbij ook op het arrest van de Hoge Raad van 6 december 2002, LJN AE 4473, waarin onder meer is overwogen dat indien een arbeidsovereenkomst is nageleefd als ware het een rechtsgeldige overeenkomst, doel en strekking van de wet meebrengen dat deze ook jegens de fiscus de daaraan normaal verbonden gevolgen heeft." Er bestaat dus een verzekeringsplicht voor de coffeeshophouder.

Hoger beroep ongegrond.

Links