Delen
13 jan 2000

CvBB: Coffeeshop is laagdrempelige inrichting.

De omstandigheid dat coffeeshophouders personen onder de 18 jaar niet tot hun inrichting mogen toelaten maakt de kwalificatie van een coffeeshop als laagdrempelig niet zinledig.

Instantie

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Rolnummer

AWB 98/1162 29010

Wetsartikelen

Wet op de kansspelen art. 30b

Beschrijving

De burgemeester van Amsterdam wees een verzoek van X. om een aanwezigheidsvergunning voor een kansspelautomaat voor een coffeeshop af omdat er sprake was van een laagdrempelige inrichting. De burgemeester sloot bij het definiëren van de begrippen hoog- en laagdrempelig aan bij de toen nog niet in werking zijnde wijzigingen van de Wet op de kansspelen. X. gaf aan dat het onderscheid tussen hoog- en laagdrempelig niet wordt gehanteerd als doel op zichzelf maar als een middel om een ander doel te bereiken: bescherming van jongeren tegen de aanwezigheid van speelautomaten. In vervolg hierop trok X. de conclusie dat nu jongeren onder de 18 jaar niet meer in een coffeeshop mogen komen een coffeeshop dus hoogdrempelig zou zijn.

Het CBB trekt een andere conclusie: het onderscheid dat de burgemeester van Amsterdam maakt tussen hoog- en laagdrempelige inrichtingen is naar zeer vaste jurisprudentie van het CBB niet in strijd met de Wet op de kansspelen. Volgens eveneens vaste jurisprudentie leidt de verkoop van soft-drugs bij een omschrijving van hoogdrempeligheid als hier aan de orde (dus conform de nieuwe wet, AE) ertoe dat een inrichting waarvan de activiteiten op zodanige verkoop zijn gericht als laagdrempelig moet worden gekwalificeerd. Weliswaar is, zo constateert het CBB, blijkens de overgelegde stukken de bestrijding van gokverslaving met name onder jongeren een belangrijke doelstelling van het door de burgemeester van Amsterdam gevoerde beleid, maar meer algemeen gaat het om de bescherming van sociaal-zwakkeren, derhalve niet uitsluitend om bescherming van personen onder de 18 jaar. Het CBB concludeert dat de omstandigheid dat coffeeshophouders personen onder de 18 jaar niet tot hun inrichting mogen toelaten de kwalificatie van een coffeeshop als laagdrempelig niet zinledig maakt.

Het CBB verklaart het beroep ongegrond.

Noot

De wijzigingen van de Wet op de kansspelen zijn op 1 juni 2000 in werking getreden. Hierbij is het onderscheid tussen hoog- en laagdrempelig van groot financieel belang voor de exploitant. Het CBB trekt met elke uitspraak hierover de grenzen steeds strakker.

Volgens vaste jurisprudentie van het CBB is een coffeeshop laagdrempelig: er is immers geen sprake van café- of restaurantbezoek dat op zichzelf staat. Het feit dat in een coffeeshop uitsluitend personen van 18 jaar en ouder mogen komen doet daar niet aan af. (AE)

Vindplaats

  • Jurisprudentie voor Gemeenten, 11 (2000) 132 met noot van A.L. Esveld.