Delen
29 mei 2009

HR: Uitwerking aansprakelijkheid van de huurder voor gedragingen van derden

Bij doorzoeking van de politie zijn in het schuurtje van eiseres 230 hennepplanten aangetroffen. Daar waren de nodige voorzieningen getroffen om hennepteelt mogelijk te maken en werd de benodigde elektrische stroom verkregen door deze illegaal af te tappen. Het verweer van eiseres, inhoudende dat zij van het bestaan van de door haar kleinzoon geëxploiteerde hennepkwekerij niet op de hoogte was, heeft het hof verworpen met de overweging dat dat zo mag zijn, maar dat eiseres daarmee miskent dat een huurder tegenover de verhuurder dient in te staan voor het gebruik dat (door derden) van het gehuurde wordt gemaakt.

Instantie

Hoge Raad

Rolnummer

07/10746 in samenhang met 07/10762

Wetsartikelen

Als grondslag is gebruikt artikel 7:219 BW

Beschrijving

Artikel 7:219 BW vestigt aansprakelijkheid van de huurder jegens de verhuurder voor schade, toegebracht aan het gehuurde door derden die met goedvinden van de huurder het gehuurde gebruiken, dan wel zich met diens goedvinden op het gehuurde bevinden. De ratio van deze bepaling brengt mee dat onder schade als waarop deze ziet, mede is begrepen het ten behoeve van hennepteelt illegaal aftappen van stroom waardoor de elektrische installatie niet meer voldoet aan de daaraan te stellen veiligheidseisen. Dit brengt mee dat het hof de exploitatie van de hennepkwekerij door de kleinzoon van eiseres als tekortkoming in de naleving van de huurovereenkomst aan eiseres kon toerekenen.

Het hof heeft echter bij de beoordeling of de tekortkoming van eiseres de gevorderde ontbinding rechtvaardigt, betekenis toegekend aan een eerder verzonden brief waarin wordt gemeld dat hennepplanten in het gehuurde niet wordt geaccepteerd. Uitgaande van de onbekendheid van eiseres met de aanwezigheid van de hennepkwekerij, valt zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet in te zien waarom aan de onderhavige waarschuwing in dit verband het gewicht toekomt dat het hof daaraan heeft toegekend.    

In verband met de verdere behandeling van de zaak verdient aantekening dat de omstandigheid dat artikel 7:219 een aansprakelijkheid van de huurder vestigt voor een tekortkoming die hij niet zelf heeft bewerkstelligd, meebrengt dat het ontbreken van wetenschap dienaangaande - indien dit door de verwijzingsrechter aannemelijk wordt geacht - kan worden meegewogen bij de beoordeling van de vraag of de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt.

Voor een deel heeft de Procureur-Generaal de klachten van het middel als aannemelijk beoordeeld. Hij concludeert tot vernietiging en verwijst het geding naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing.

Vindplaats

Op rechtspraak.nl onder LJN BH2952 in samenhang met LJN BH2954