Delen
19 aug 2003

Hof 's-Hertogenbosch: Spoedeisend belang ontruiming huurwoning wegens hennepteelt onvoldoende aangetoond. 

Bedrijfsmatige hennepteelt in huurwoning; spoedeisend belang van ontruiming in casu onvoldoende aangetoond.

Instantie

Hof 's-Hertogenbosch

Rolnummer

KG C0201017/HE

Wetsartikelen

BW art. 7A:1623n

Beschrijving

In twee kamers van de door X. gehuurde woning wordt door de politie 5 juni 2002 hennepteelt geconstateerd. De Stichting Goed Wonen heeft X. daarop in kort geding gedagvaard voor de kantonrechter. Primair heeft Goed Wonen een ontruimingsvordering tegen X. ingesteld per 15 juli 2002 omdat de huur per die datum als gevolg van de huuropzegging door X. beëindigd zou zijn. Subsidiair heeft zij ontruiming gevorderd bij wege van voorlopige voorziening wegens wanprestatie die zo ernstig is, dat een ontbindingsprocedure, voor zover vereist, niet kan worden afgewacht. Voorts heeft Goed Wonen een voorschot op de schade gevorderd en veroordeling tot betaling van een vergoeding voor het gebruik van de woning tot de ontruiming.

De kantonrechter heeft de vorderingen van Goed Wonen afgewezen. "De kantonrechter heeft de afwijzing van de primaire vordering gemotiveerd door te overwegen dat op voorhand niet kan worden aangenomen dat de huuropzegging rechtsgeldig is. Met betrekking tot de subsidaire vordering heeft de kantonrechter overwogen dat de kans van slagen van de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde in een bodemprocedure groot geacht wordt, maar dat hij niet overtuigd is geraakt van het spoedeisend karakter van de vordering tot ontruiming, aangezien de exploitatie van de hennepkwekerij inmiddels is gestaakt en niet te verwachten is dat X. hennepteelt in de woning zal hervatten. De kantonrechter heeft in zijn beslissing mede de ingrijpende gevolgen die de ontruiming van de woning op korte termijn zal hebben in aanmerking genomen." Bij de beoordeling in hoger beroep stelt het Hof voorop dat de aanwezigheid en exploitatie van hennep in een huurwoning, op de schaal en de wijze als in de processtukken nader is omschreven, in het bijzonder het commerciële karakter en de gevaarzetting (brand- en ontploffingsgevaar, wateroverlast), aan de zijde van X. een ernstige toerekenbare tekortkoming oplevert in de nakoming van de huurovereenkomst. Een dergelijke toerekenbare tekortkoming rechtvaardigt in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst. Het voorgaande betekent echter niet zonder meer dat een onverwijlde ontruiming bij voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Een dergelijke maatregel is immers diep ingrijpend in het woonrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder en zal in de praktijk vaak een definitief karakter hebben.

In dit verband is mede van belang dat een belangenafweging als hier bedoeld dient te geschieden naar de toestand ten tijde van de uitspraak van het hof in kort geding (HR 29 november 2002 NJ 2003/78). Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat zich in de onderhavige zaak zwaarwegende omstandigheden als hiervoor bedoeld voordoen.

Hoger beroep ongegrond.

Vindplaats

  • De Praktijkgids 2003, 6129

Links