Rb 's-Hertogenbosch: Ontruiming huurwoning uitgesteld tot vervangende woonruimte voor minderjarig kind is gevonden.
Ontruiming woning wegens hennepkwekerij uitgesteld tot vervangende woonruimte voor minderjarig kind geregeld is.
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch, voorzieningenrechter
Rolnummer
89497 / KG ZA 02-877Wetsartikelen
Verdrag inzake de rechten van het kind art. 3 lid 1
Beschrijving
X. is bij vonnis van 13 november 2002 van de rechtbank 's-Hertogenbosch veroordeeld tot ontruiming van de van Stichting Woonpartners gehuurde woning en ontbinding van het huurcontract vanwege de aanwezigheid van 96 hennepplanten. X. gaat tegen dit vonnis in beroep. In kort geding probeert zij de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het vonnis te voorkomen voordat het hof op het hoger beroep heeft beslist. X. heeft twee kinderen, waarvan er één minderjarig is, en beschikt niet over vervangende woonruimte.
Art. 3 lid 1 Verdrag inzake de rechten van het kind bepaalt dat bij alle maatregelen betreffende kinderen genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties de belangen van het kind de eerste overweging vormen. Woonpartners voert beleid ten aanzien van vorderingen tot ontbinding en ontruiming tegen huurders die er hennepplanten op na houden. Bij de ontwikkeling van dit beleid is geen bijzondere aandacht geschonken aan de belangen van eventuele kinderen die als gevolg van dat beleid mede ontruimd zouden gaan worden. Naar het oordeel van de rechter heeft Woonpartners door de belangen van aanwezige kinderen niet in haar overwegingen te betrekken en zich uitsluitend op ontruiming te richten, de ook tot haar gerichte opdracht van artikel 3 lid 1 van het Verdrag veronachtzaamd.
Wanneer Woonpartners het vonnis ten uitvoer legt handelt zij onrechtmatig ten aanzien van het minderjarige kind van X., met voorbijgaan aan art. 3 lid 1 van het Verdrag. Die onrechtmatigheid valt weg wanneer zij dat pas doet nadat in overleg met instellingen voor jeugdzorg beleidsmatig is vastgesteld hoe de betrokken maatschappelijke belangen moeten worden afgewogen en aan dezen voldoende tijd ter beschikking heeft gestaan om de benodigde maatregelen te (doen) treffen ter bescherming van de belangen van het minderjarige kind, dan wel wanneer anderszins een concreet alternatief voor dit kind beschikbaar komt.
De voorzieningenrechter verbiedt Woonpartners om het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, op 13 november 2002 tussen Woonpartners als eiseres en X. als gedaagde gewezen, ten uitvoer te leggen totdat: ofwel naar aanleiding van het te voeren overleg de Raad voor de Kinderbescherming opvang en/of huisvesting voor het minderjarige kind beschikbaar heeft; ofwel een andere woningstichting of -vereniging voor X. een andere passende woning beschikbaar heeft; welk van beide gevallen zich ook het eerste voordoet.
Noot
Het Hof 's-Hertogenbosch heeft in het arrest van 17 juni 2003 (LJN AH9657) dit vonnis in hoger beroep vernietigd.



