Delen
26 jul 2006

RvS: Terechte tijdelijke sluiting horeca-inrichting op grond van coffeeshopbeleid

Onder aanzegging van bestuursdwang is gelast de inrichting gedurende een periode van zes weken te sluiten. Gemeente voert nulbeleid, aanvraag om gedoogverklaring nog niet in behandeling genomen.

Instantie

Raad van State

Rolnummer

200505704/1

Beschrijving

Appellant heeft onder aanzegging van bestuursdwang gelast de inrichting gedurende een periode van zes weken te sluiten, tenzij binnen een week na verzending van het besluit in de inrichting geen softdrugs meer worden verkocht, verstrekt of aanwezig zijn.

In het kader van het bepaalde in artikel 13b van de Opiumwet gold in de gemeente Nieuwegein een zogenoemd nul-beleid, hetgeen betekende dat zich binnen de gemeente geen enkele coffeeshop mocht vestigen. Bij besluit van 16 december 2003 heeft de raad van deze gemeente besloten dat in de gemeente één coffeeshop kan worden gedoogd. Appellant heeft dit beleidsuitgangspunt overgenomen en besloten de na dit besluit ter zake ingekomen verzoeken om een gedoogverklaring in volgorde van binnenkomst af te handelen en te toetsen aan de door de raad ontwikkelde vestigingscriteria. Tot op heden is het evenwel nog niet gekomen tot de afgifte van een gedoogverklaring.

De keuze van appellant voor de manier waarop verzoeken om gedoogverklaringen zouden worden afgewikkeld en de keuze om al dan niet handhavend op te treden zolang nog geen enkele gedoogverklaring is afgegeven, dient evenwel in beginsel door de rechter te worden gerespecteerd en kan slechts marginaal worden getoetst. Evenmin ziet de Afdeling in dat appellant moest afzien van handhaving, zolang over de enige te vergeven gedoogverklaring nog niet was beslist. Dit wordt niet anders door de omstandigheid dat appellant wellicht al langere tijd op de hoogte was van de verkoop van softdrugs.

Het hoger beroep is gegrond.

Vindplaats

Op rechtspraak.nl onder LJN: AY5066