Rb Leeuwarden: Terechte tijdelijke sluiting en intrekking exploitatievergunning horeca-inrichting wegens handelsvoorraad cannabis.
Terechte sluiting horeca-inrichting en intrekken horeca-exploitatievergunning wegens het aantreffen van een handelsvoorraad cannabis. Verkoop sinds 2001 niet meer gedoogd, handhaving opgeschort zolang door de rechter niet op geschillen was beslist. Begunstigingstermijn van een maand redelijk.
Instantie
Rechtbank Leeuwarden, Sector bestuursrecht
Rolnummer
04/678 GEMWTWetsartikelen
Opiumwet art. 13b
APV Leeuwarden art. 1.6, aanhef en onder b
Beschrijving
Bij besluit van 12 mei 2004 besluit de burgemeester de inrichting van verzoeker voor een half jaar te sluiten en de horeca-exploitatievergunning in te trekken wegens het aantreffen van een handelsvoorraad cannabis. Bij politiecontroles werden in de inrichting zodanige hoeveelheden cannabis aangetroffen dat deze, mede gelet op de wijze waarop deze in zakjes respectievelijk als joints waren verpakt, terecht zijn aangemerkt als handelsvoorraad en niet als een voorraad voor eigen gebruik. Dit is voor de burgemeester voldoende grond voor handhavend optreden op grond van artikel 13b Opiumwet. Dat er na deze controles door verzoeker in de inrichting geen softdrugs meer zijn verkocht doet hieraan niet af.
De inrichting van verzoeker werd in het verleden als coffeeshop gedoogd. Bij beleidswijziging in 2001 werd de gedoogverklaring ingetrokken. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker zich er niet op kan beroepen dat de burgemeester niet eerder handhavend heeft opgetreden. In 2002 (toen eveneens cannabisverkoop werd geconstateerd) en 2003 waren er nog diverse geschillen tussen verzoeker en het gemeentebestuur aanhangig bij de rechtbank en bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de gemeente heeft het als te risicovol ingeschat om handhavend op te treden terwijl nog niet op geschillen was beslist.
De duur van de sluiting is bepaald conform het in overleg met het openbaar ministerie en de politie vastgestelde handhavingsarrangement. Hierin is bepaald dat de bestuursrechtelijke sanctie ten aanzien van inrichtingen die niet in het bezit zijn van een gedoogverklaring bij de door de politie geconstateerde aanwezigheid van meer dan 50 gram cannabis, sluiting voor een periode van één tot twaalf maanden, alsmede intrekking van de exploitatievergunning inhoudt. Het besluit tot sluiting is voldoende gemotiveerd, onder meer door verwijzing naar het gevoerde coffeeshopbeleid. De begunstigingstermijn van een maand is niet onredelijk kort of anderszins onrechtmatig.
Overtreding van de Opiumwet is voldoende grond om de horeca-exploitatievergunning in te trekken.
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Vindplaats
- Uitspraak niet gepubliceerd.



