Delen
04 feb 2004

RvS: Terechte tijdelijke sluiting horeca-inrichting wegens aanwezigheid handelsvoorraad cannabis.

Sluiting van horeca-inrichting op grond van artikel 13b Opiumwet wegens de aanwezigheid van een handelsvoorraad cannabis. De bevoegdheid om op te treden op grond van artikel 13b Opiumwet staat voldoende vast, ook al is er geen beleid vastgesteld.

Instantie

Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak

Rolnummer

200302297/1

Wetsartikelen

Opiumwet art. 13b

Drank- en Horecaverordening Franekeradeel art. 5.6, tweede lid, sub c

Beschrijving

Bij besluit van 30 oktober 2001 heeft de burgemeester van Franekeradeel met toepassing van artikel 13b van de Opiumwet een sluiting voor een periode van zes maanden bevolen van Koffiehuis Atlas te Franeker en met toepassing van artikel 5.6, tweede lid, sub c van de Drank en Horecaverordening Franekeradeel het verlof van appellante tot het verstrekken van alcoholvrije drank voor deze periode ingetrokken. De Afdeling oordeelt als volgt. "De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak terecht en op juiste gronden geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om bestuursdwang toe te passen, nu in het voor publiek toegankelijke Koffiehuis Atlas hasj en marihuana is verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is geweest. Hierbij is van belang dat de politie op 17 mei 2001, 14 juni 2001 en op 20 september 2001 heeft geconstateerd dat in het Koffiehuis Atlas zodanige hoeveelheden softdrugs zijn aangetroffen dat deze, mede gelet op de wijze waarop deze in afgemeten zakjes waren verpakt, terecht is aangemerkt als handelsvoorraad, bestemd om te worden verkocht, dan wel daartoe aanwezig was, en niet als een voorraad voor eigen gebruik. De burgemeester heeft onder deze omstandigheden terecht aan artikel 13b van de Opiumwet de bevoegdheid kunnen ontlenen om handhavend op te treden.

Beleid niet verplicht

De omstandigheid dat in de gemeente Franekeradeel ten aanzien van de uitoefening van bestuursdwangbevoegdheid ten aanzien van coffeeshops geen beleid is vastgesteld doet hieraan niet af. Weliswaar is in de memorie van toelichting bij de wijziging van de Opiumwet die tot het bepaalde bij artikel 13b van die wet heeft geleid, gesteld dat een duidelijk kenbaar lokaal coffeeshopbeleid bij de uitoefening van de bestuursdwangbevoegdheid onmisbaar is, maar dit betekent naar het oordeel van de Afdeling niet dat elke gemeente, ook die waarin van gedogen of toestaan van handelen in strijd met artikel 13b van de Opiumwet geen sprake is, een vastgesteld en gepubliceerd beleid zou moeten hebben.

De duur van de sluiting

De burgemeester heeft de duur van de sluiting van Koffiehuis Atlas en de duur van de intrekking van het verlof tot het verstrekken van alcoholvrije drank bepaald na overleg met de politie en het openbaar ministerie. In een door de burgemeester mede aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd handhavingsarrangement van het openbaar ministerie wordt als bestuursrechtelijke sanctie bij één overtreding van artikel 13b van de Opiumwet genoemd een sluitingsduur van één tot twaalf maanden en intrekking van de exploitatievergunning. In het handhavingsarrangement is niet vermeld welke sancties naar het oordeel van het openbaar ministerie behoren bij herhaalde overtredingen van artikel 13b Opiumwet.

Appellante heeft in hoger beroep betoogd dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak ten onrechte geen grond heeft gezien voor het oordeel dat de burgemeester niet in redelijkheid kon besluiten tot een sluiting en intrekking van het verlof gedurende een termijn van zes maanden.

Dit betoog slaagt niet. Weliswaar is ten aanzien van artikel 13b van de Opiumwet in de memorie van toelichting vermeld, dat bij het uitoefenen van bestuursdwang op basis van dit artikel rekening moet worden gehouden met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit, doch dit neemt niet weg dat aan de burgemeester bij het bepalen van de maatregel die in de betreffende gemeente nodig is om handhaving van het in artikel 13b van de Opiumwet neergelegde verbod te verzekeren een zekere beoordelingsmarge toekomt. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat met de verwijzing naar voornoemd handhavingsarrangement en de vaststelling dat artikel 13b van de Opiumwet drie maal in verschillende maanden is overtreden in de periode tussen 17 mei 2001 en 20 september 2001 een voldoende onderbouwing is gegeven dat sluiting van Koffiehuis Atlas en intrekking van voornoemd verlof gedurende een periode van zes maanden geëigend is voor het bereiken van het gewenste doel, te weten het beëindigen van de verkoop van softdrugs in Koffiehuis Atlas."

Hoger beroep ongegrond.

Vindplaats

  • Jurisprudentie voor Gemeenten 04.0110, m.nt. A.L. Esveld

Links