RvS: Terechte sluiting onbepaalde tijd van door vereniging gebruikte inrichting wegens verkoop softdrugs.
Terechte sluiting van een pand dat door een niet-besloten vereniging werd gebruikt voor de verkoop van cannabis.
Instantie
Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak
Rolnummer
200206554/1Wetsartikelen
- Opiumwet art. 13b
- Nota Beleid inzake Wet Damocles (1999)
- Horecastappenplan (1999) gemeente Eindhoven
Beschrijving
De burgemeester van de gemeente Eindhoven heeft het pand waar de vereniging is gehuisvest gesloten voor onbepaalde tijd op basis van artikel 13b van de Opiumwet. Er werd in het pand softdrugs verkocht. Bij huiszoekingen door de politie zijn softdrugs aangetroffen. Appellant voert aan dat het om een besloten vereniging ging.
De Afdeling oordeelt als volgt. "De Afdeling is met de voorzieningenrechter van oordeel dat - anders dan appellant betoogt - geen sprake is van een besloten vereniging doch van een voor het publiek toegankelijke ruimte als bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet. De Afdeling is niet gebleken van inhoudelijke eisen die worden gesteld aan het lidmaatschap van de vereniging. Hierdoor is het voor vrijwel een ieder mogelijk lid te worden. De overgelegde ledenlijst en lidmaatschapspas leiden ook niet tot het oordeel dat sprake is van een besloten vereniging. Door het gebruik van aliassen en het ontbreken van een pasfoto op de lidmaatschapspas kan geen sprake zijn van effectieve controle op de toegang tot het pand. Op deze wijze is het namelijk voor een ieder die in het bezit is van een, al dan niet aan hem toebehorende, lidmaatschapspas mogelijk toegang te krijgen tot het pand.
De voorzieningenrechter heeft eveneens met juistheid overwogen dat sprake is van verkoop en aflevering van softdrugs die deel uitmaken van de in artikel 3, eerste lid, van de Opiumwet genoemde, en van de Bijlage bij de wet deel uitmakende, lijst II. Door appellante is ter zitting bevestigd dat in het pand softdrugs worden verstrekt voor een hogere prijs dan de inkoopprijs daarvan. Ook naar het oordeel van de Afdeling is derhalve sprake van handel in softdrugs. Dat appellante de hieruit voortvloeiende winsten naar gesteld gebruikt om de administratieve kosten te dekken, doet aan dit oordeel niet af. Gelet op het vorenstaande was de burgemeester dan ook op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd tot het toepassen van bestuursdwang."
Omdat appellant tevens beschikt over een verlof in de zin van de Drank- en Horecaverordening, is in dit geval sprake van een coffeeshop. Het gevoerde beleid staat een maximum van vijftien coffeeshops toe waarvan drie in Woensel-Zuid. Het toegestane maximum van de afdeling Woensel-Zuid waarin het pand van appellante zich bevindt, is reeds bereikt. Uitbreiding van het aantal coffeeshops behoort niet tot de mogelijkheden.
Hoger beroep ongegrond.



