Delen
29 apr 1997

RvS: Terechte sluiting horeca-inrichting wegens aanwezigheid harddrugs. Persoonlijke verwijtbaarheid exploitant niet van belang.  

Beleid om niet tegen coffeeshops op te treden op de voorwaarde dat geen harddrugs worden aangetroffen is niet onredelijk. Persoonlijke verwijtbaarheid van de exploitant is niet van belang.

Instantie

Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak

Rolnummer

R03.93.4839

Wetsartikelen

APV Amsterdam art. 84.1

Beschrijving

De burgemeester beval sluiting van het café van X. nadat bij een inval, die volgde op eerdere observaties, 9,76 gram cocaïne werd aangetroffen. Hij baseerde zich hierbij op art. 84 lid 1 en art. 85 lid 1 onder d van de APV. Tegen dit besluit maakte X. bezwaar. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en het bevel tot sluiting gehandhaafd, zij het niet langer gebaseerd op art. 85 lid 1 onder d. Tegen dit besluit stelde X. beroep in bij de Afdeling.

De Afdeling overweegt dat het beleid dat de burgemeester voert ten aanzien van drugs erop gericht is onder een aantal voorwaarden niet op te treden tegen de verkoop van softdrugs op kleine schaal. Eén van de voorwaarden is dat er geen harddrugs aanwezig mogen zijn. De Afdeling acht dit beleid niet onredelijk. De burgemeester heeft, met het oog op handhaving van de openbare orde, gebruik kunnen maken van de hem in art. 84 lid 1 onder d van de APV gegeven bevoegdheid, namelijk bevel tot sluiting van het café.

X. is van mening dat de burgemeester niet tot sluiting heeft kunnen overgaan nu de aanwezigheid van harddrugs hem niet kan worden verweten. De Afdeling overweegt dat bij toepassing van art. 84 lid 1 van de APV persoonlijke verwijtbaarheid van de exploitant geen rol speelt bij de beoordeling van de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting van de inrichting noopt.

X. heeft erop gewezen dat aan het verzoek tot sluiting irrelevante informatie is toegevoegd over vermeende gedragingen die geheel los staan van de aanwezigheid van drugs in de inrichting, teneinde hem in een kwaad daglicht te stellen. De Afdeling stelt, dat deze informatie geen dragende overweging is geweest voor het nemen van het bestreden besluit.

Het beroep wordt verworpen.

Vindplaats

  • Deze uitspraak is niet gepubliceerd.