Delen
19 jan 2005

RvS: Intrekken gedoogverklaring geen besluit artikel 1:3 Awb

Het intrekken van een gedoogverklaring is geen besluit in de zin van art. 1:3 Awb.

Instantie

Raad van State, Voorzitter afdeling bestuursrechtspraak

Rolnummer

200409894/1 en 200409894/2

Wetsartikelen

Awb art. 1:3, eerste lid

Beschrijving

Op 5 maart 2004 heeft de burgemeester van Amsterdam schriftelijk aan de directeur van BV X doen weten dat diens hasjcafé; wordt geschrapt van de lijst van inrichtingen waarin de verkoop van softdrugs wordt gedoogd en dat de verklaring om te gedogen met ingang van 22 maart 2004 wordt ingetrokken.

Het daarop door de coffeeshop gemaakte bezwaar wordt door de burgemeester bij besluit van 8 april 2004 niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaart bij uitspraak van 25 november 2004 het daartegen ingestelde beroep gegrond. De voorzieningenrechter oordeelde dat in casu sprake is van dermate bijzondere omstandigheden dat de mededeling van intrekking van de gedoogverklaring moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. De burgemeester voert aan dat dit oordeel in strijd is met de jurisprudentielijn van de Afdeling.

De Voorzitter doet onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak en ondersteunt het betoog van de burgemeester dat op grond van vaste jurisprudentie het intrekken van een verleende gedoogbeschikking geen besluit in de zin van de Awb is. "Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in bijvoorbeeld de uitspraak van 4 juni 2002 in zaak no. 200106096/2 (AB 2002, 219) en de uitspraak van 15 september 2004 in zaak no. 200402518/1, kan de intrekking van een gedoogverklaring in de regel niet als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt. Een dergelijke beslissing houdt slechts de mogelijkheid in dat het betrokken bestuursorgaan handhavend zal optreden. Eerst wanneer tot handhavend optreden wordt besloten, concretiseert die mogelijkheid zich. Onder die omstandigheden kan aan een beslissing tot intrekking van een gedoogverklaring geen zelfstandige betekenis worden toegekend, behoudens bijzondere gevallen. De enkele omstandigheid dat – zoals hier – sprake is van een op zichzelf staande intrekking van een gedoogverklaring en eerst tegen een eventueel te nemen handhavingsbesluit voor [directeur] rechtsmiddelen zullen openstaan, vormt geen reden om een bijzonder geval in de hiervoor bedoelde zin aan te nemen."

Hoger beroep gegrond.

Links