Rb Middelburg: Terechte intrekking vergunningen en gedoogverklaring wegens wijziging rechtsvorm coffeeshop.
Wijziging van de rechtsvorm van een coffeeshop geeft de bevoegdheid om op grond van de APV en DHW verleende persoonsgebonden vergunningen in te trekken. Het intrekken van de gedoogstatus is geen besluit in de zin van de Awb.
Instantie
Rechtbank Middelburg
Rolnummer
04/59Wetsartikelen
APV Middelburg 1997 art. 1.5, art. 1.6, onder b
Beschrijving
Middels een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel wordt vastgesteld dat een coffeeshop op 2 november 2002 een wijziging van de rechtsvorm heeft ondergaan. De eerdere eenmanszaak wordt vanaf dat moment geëxploiteerd als een Vennootschap onder firma, met twee vennoten. De tweede vennoot wordt op 24 september 2003 weer uitgeschreven.
Na deze vaststelling besluit de burgemeester de voor de exploitatie van de coffeeshop verleende overlastvergunning op grond van de APV en de droge horecavergunning op grond van de Drank- en Horecawet in te trekken. Tevens wordt de gedoogstatus van de coffeeshop beeïndigd. Bij besluit op bezwaar verklaart de burgemeester het bezwaar tegen het intrekken van de vergunningen ongegrond en het bezwaar tegen het intrekken van de gedoogstatus niet ontvankelijk. Een voorlopige voorziening tegen dit besluit wordt niet toegewezen.
In geding is de vraag of het besluit op bezwaar op de juiste gronden genomen is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester terecht geconcludeerd dat de rechtsvorm van de coffeeshop was gewijzigd. Dit moet gezien worden als een verandering van omstandigheden in de zin van art. 1.6 APV die het intrekken van een vergunning mogelijk maakt. Vergunningen zijn persoonsgebonden en in beginsel niet overdraagbaar. De burgemeester heeft de coffeeshophouder gelegenheid gegeven zijn zienswijze kenbaar te maken. Uit verklaringen van de mede-vennoot blijkt dat hij beheersdaden verrichte voor de coffeeshop, er was dus geen sprake van een vergissing bij de inschrijving in het handelsregister. De burgemeester was bevoegd de vergunningen in te trekken en heeft in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik gemaakt.
De rechtbank acht de mededeling over het intrekken van de gedoogstatus een weigering om de verkoop van cannabis in de coffeeshop nog langer te gedogen. "Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een dergelijke weigering, behoudens bijzondere omstandigheden, niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Van bijzondere omstandigheden is de rechtbank niet gebleken."
Beroep ongegrond.



