Delen
13 aug 2003

RvS: Weigering gedoogverklaring geen besluit artikel 1:3 Awb.  

Schriftelijke mededeling dat de verkoop van softdrugs niet zal worden gedoogd is geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb.

Instantie

Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak

Rolnummer

200301430/1

Wetsartikelen

Awb art. 1:3
APV Kerkrade art. 2.3.4.3
Beleidsnotitie Toekomstig coffeeshopbeleid gemeente Kerkrade

Beschrijving

Bij brieven van 14 september 2001 heeft de burgemeester een verzoek van X. om een alcoholvrije horeca-inrichting annex coffeeshop te mogen exploiteren afgewezen. De burgemeester heeft de aanvraag opgevat als verzoek om ten behoeve van de verstrekking van alcoholvrije dranken en eetwaren in de inrichting krachtens artikel 2.3.4.3 (voorheen artikel 2.3.4.2) van de Algemene Plaatselijke Verordening een exploitatievergunning te verlenen en op basis van de beleidsnotitie ‘Toekomstig coffeeshopbeleid gemeente Kerkrade’ te gedogen dat ter plaatse softdrugs worden verkocht. De burgemeester heeft beide aanvragen afgewezen.

De rechtbank heeft overwogen dat de burgemeester de weigering om een exploitatievergunning te verlenen heeft kunnen baseren op artikel 2.3.4.10 van de APV en terecht in bezwaar heeft gehandhaafd, omdat de te vergunnen exploitatie strijdig is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Nu de aanvraag reeds om die reden niet voor inwilliging in aanmerking komt, is zij aan toetsing van de toepassing door de burgemeester van de in de beleidsregel vervatte criteria niet toegekomen en heeft zij het beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep is nog slechts gericht tegen de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de weigering om de verkoop van softdrugs te gedogen.

Ten aanzien van de weigering om de verkoop van softdrugs te gedogen wordt door de Afdeling ambtshalve als volgt overwogen. De schriftelijke mededeling dat niet zal worden gedoogd is in het algemeen geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. In het onderhavige geval is van bijzondere omstandigheden die tot een ander oordelen nopen niet gebleken. Dit betekent dat de brief van de burgemeester van 14 september, voorzover het de weigering om de verkoop van softdrugs te gedogen betrof, geen op enig rechtsgevolg gericht besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb inhoudt, zodat de burgemeester het bezwaar hiertegen ten onrechte heeft ontvangen. Appellant zal zijn bezwaren tegen de weigering om de verkoop van softdrugs te gedogen desgewenst kunnen aanvoeren in het kader van een procedure tegen een eventueel handhavingsbesluit.

Hoger beroep gegrond. Nu de burgemeester met inachtneming van deze uitspraak geen andere besluit mag nemen dan het bij hem gemaakte bezwaar tegen de weigering om te gedogen niet-ontvankelijk verklaren, ziet de Afdeling aanleiding om op na te melden wijze in de zaak te voorzien.

Links