Delen
18 jul 2001

RvS: Terecht gebruik van aangescherpt coffeeshopbeleid.  

Aangescherpt beleid inzake coffeeshops is terecht als uitgangspunt genomen bij beoordeling van aanvraag om exploitatievergunning. Perikelen rond overname van coffeeshop liggen geheel in risicosfeer van nieuwe eigenaar.

Instantie

Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak

Rolnummer

200005221/1

Wetsartikelen

Beschrijving

De burgemeester had bij het bestreden besluit zijn besluit gehandhaafd, waarbij het verzoek van X. om de verkoop van softdrugs in zijn coffeeshop te gedogen was afgewezen en de behandeling van zijn aanvraag om een exploitatievergunning was aangehouden. Het verzoek om de verkoop van softdrugs te gedogen was overeenkomstig het - nadien aangescherpte - coffeeshopbeleid van de gemeente afgewezen, omdat ten tijde van de vergunningaanvraag van X. al vijf coffeeshops werden geëxploiteerd (zodat het maximale aantal gedoogde coffeeshops aanwezig was) en de onderhavige coffeeshop op minder dan 150 meter van een school is gelegen. De Rechtbank Den Haag had het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. X. betoogde dat de Rechtbank had miskend dat de burgemeester ten onrechte het (aangescherpte) beleid op de vergunningaanvraag had toegepast. In dit verband had X. er op gewezen dat hij al in augustus 1995 - toen het (aangescherpte) beleid nog niet gold en de gedoogverklaringen nog niet waren verdeeld - met de vorige eigenaar van de coffeeshop, de heer Y., was overeengekomen dat hij de coffeeshop zou overnemen. De heer Y. was de overeenkomst niet nagekomen, waardoor X. in juridische verwikkelingen was geraakt die uiteindelijk hadden geleid tot een rechterlijk vonnis, waarbij hij in het gelijk was gesteld.

De afdeling stelt vast dat X. pas in november 1997 de burgemeester om de benodigde vergunningen had verzocht en dat de heer Y. destijds over een gedoogverklaring heeft beschikt, welke hem was verleend onder de strikte voorwaarde dat deze persoonlijk en niet overdraagbaar was. Ook staat vast dat de gedoogverklaringen door de burgemeester aan de exploitant van de betreffende inrichting worden verleend en dat het de heer Y. was die destijds als zodanig was ingeschreven. De Rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat de perikelen rond de overname van de coffeeshop geheel in de risicosfeer van X. liggen en dat de burgemeester het aangescherpte beleid terecht als uitgangspunt heeft genomen bij de beoordeling van de aanvraag. Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan hij van dit beleid had moeten afwijken.

Bevestiging van de aangevallen uitspraak.

Vindplaats

  • Deze uitspraak is niet gepubliceerd.