Delen
21 sep 2005

RvS: Terechte intrekking exploitatievergunning horeca-inrichting wegens overtreding art. 13b, lid 1 Opiumwet.

De burgemeester trekt met succes de exploitatievergunning van een café in, nadat duidelijk is geworden dat art 13b, eerste lid Opiumwet is overtreden.

Instantie

Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak

Rolnummer

200503313/1

Beschrijving

De burgemeester van Amsterdam betoogt dat de exploitant geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep. De geldigheidsduur van de ingetrokken vergunning is verstreken en een nieuwe exploitant heeft een nieuwe aanvraag ingediend. De afdeling Bestuursrechtspraak oordeelt echter dat dit betoog faalt, de exploitant heeft wel belang bij een inhoudelijke beoordeling.

De burgemeester trekt de exploitatievergunning in, omdat de exploitant geen voorzorgsmaatregelen heeft getroffen – ook niet na meerdere waarschuwingen - om te voorkomen dat in het café wordt gehandeld in harddrugs, dan wel dat er harddrugs aanwezig is. Bij een inval van de politie is in het café cocaïne aangetroffen.

Tevens wordt exploitant ernstige nalatigheid verweten door meerdere malen als leidinggevende niet aanwezig te zijn. Deze manier van bedrijfsvoering zou de activiteiten met harddrugs in handen hebben gewerkt.

De afdeling stelt dat de burgemeester in redelijk tot zijn standpunt wat betreft de nalatigheid heeft kunnen komen. Het toezicht van de exploitant was onvoldoende. Ook staat vast dat er cocaïne is gevonden.

Het hoger beroep is ongegrond en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Vindplaats

via www.rechtspraak.nl op LJN AU2980