RvS: Terechte weigering exploitatievergunning en sluiting coffeeshop door wijziging exploitant. Nieuw ontstane coffeeshop valt buiten het uitsterfbeleid.
Horeca-exploitatievergunning terecht geweigerd (en inrichting gesloten) nu coffeeshop in strijd met het gemeentelijk uitsterfbeleid werd geëxploiteerd.
Instantie
Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak
Rolnummer
200301043/1Wetsartikelen
Opiumwet art. 13b lid 1
Overlastverordening Horeca Winschoten art. 2
Beschrijving
Burgemeester weigert een horeca-exploitatievergunning voor een coffeeshop te verlenen en sluit de inrichting voor onbepaalde tijd.
Volgens punt vier van het op 21 februari 1996 door de gemeenteraad vastgestelde coffeeshopbeleid wordt, zodra een ander dan de op dat moment geregistreerde houder de coffeeshop wil overnemen of exploiteren, de verkoop van softdrugs in die inrichting niet langer gedoogd.
Appellanten betogen tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat de burgemeester niet met toepassing van deze uitsterfconstructie tot sluiting van de inrichting mocht besluiten. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de burgemeester zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat X. eerst na vaststelling van het voormelde coffeeshopbeleid als de coffeeshophouder is opgetreden. Ook in hoger beroep is niet aannemelijk geworden dat hij dat sedert 1995 was.
Het betoog van appellanten dat de rechtbank heeft miskend dat de burgemeester het vertrouwensbeginsel heeft geschonden, nu vijf jaar niet tegen de exploitatie door appellanten is opgetreden, faalt evenzeer. Uit de stukken blijkt dat de burgemeester ook in die periode voldoende kenbaar heeft gemaakt dat hij niet bereid was om bij een wisseling van coffeeshophouder de verkoop van softdrugs in de inrichting langer te gedogen.
Hoger beroep ongegrond.
Links
- LJN AI1030 (www.rechtspraak.nl)



