Delen
30 jul 2003

RvS: Besluit tot wijziging coffeeshopbeleid geen besluit artikel 1:3 Awb. 

Een brief over wijzigingen in het gemeentelijk coffeeshopbeleid waarin tevens wordt gewezen op de mogelijke toekomstige gevolgen voor een exploitant van een gedoogde coffeeshop, is niet op te vatten als een besluit in de zin van de Awb, maar als een combinatie van een beleidsregel en een mededeling van feitelijke aard. Bezwaar niet ontvankelijk.

Instantie

Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak

Rolnummer

200204096/1

Wetsartikelen

Awb art. 1:3 lid 1, art. 1:3 lid 4, art. 8:2 aanhef en onder a

Beschrijving

Bij brief van 5 januari 2000 deelt de burgemeester aan X. mee dat hij voornemens is vanaf 1 januari 2000 het coffeeshopbeleid van de gemeente Leeuwarden te wijzigen. Die wijziging houdt in dat geen exploitatievergunningen meer zullen worden verstrekt aan nieuwe exploitanten van horeca-inrichtingen die worden geëxploiteerd als coffeeshop, en dat dit voornemen geldt voor inrichtingen die gelegen zijn in gebieden buiten de stadsgrachten. Dit beleid geldt tevens voor wijzigingen in de exploitant/ondernemer of ondernemingsvorm van bestaande coffeeshops. Naast deze beleidswijziging bevat de brief aan de exploitant de mededeling dat na beëindiging van exploitatie door X. er geen nieuwe vergunning op grond van de Algemene plaatselijke verordening Leeuwarden voor het exploiteren van een coffeeshop in dit pand zal worden afgegeven.

Bij besluit van 3 oktober 2000 heeft de burgemeester het door X. gemaakte bezwaar terzake van de beleidswijziging niet ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 18 juni 2002 heeft de rechtbank Leeuwarden het door X. ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd voor zover daarbij niet is beslist op het bezwaar van X. gericht tegen de mededeling over mogelijke gevolgen van beëindiging van exploitatie. De Afdeling is van oordeel dat de mededeling over de beleidswijziging van de gemeente geen besluit is in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb, maar een beleidsregel. De burgemeester heeft X. terecht niet in zijn bezwaren tegen deze beleidswijziging ontvangen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de burgemeester in zijn beslissing op bezwaar verzuimd heeft te beslissen op het bezwaar tegen de mededeling over mogelijke gevolgen van beëindiging van exploitatie, en dat die beslissing dus voor vernietiging in aanmerking komt. Het verzuim betreft echter strijd met art. 7:11 lid 1 Awb, en niet strijd met artikel 7:10 Awb zoals de rechtbank heeft overwogen.

Ten aanzien van het bezwaar tegen de mededeling over mogelijke gevolgen van beëindiging van exploitatie, dit acht de Afdeling een mededeling van feitelijke aard die niet op rechtsgevolg is gericht en aldus geen besluit is in de zin van de Awb zoals de rechtbank ten onrechte heeft overwogen. De rechtbank heeft terecht, maar op onjuiste gronden, geoordeeld dat X. in zijn bezwaar tegen de mededeling over mogelijke gevolgen van beëindiging van exploitatie niet ontvankelijk diende te worden verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Links