RvS: Terechte afwijzing vergunningaanvraag coffeeshop op basis van afstand tot school.
School binnen een straal van 250 meter gelegen van coffeeshop. School terecht betrokken bij beoordeling van vergunningaanvraag nu deze ook wordt bezocht door leerlingen die jonger zijn dan 18 jaar. Termijn van anderhalf jaar voor verplaatsing van de coffeeshop is niet te kort. Vertrouwensbeginsel.
Instantie
Raad van State, vz afdeling bestuursrechtspraak
Rolnummer
H01.97.1514; K01.98.0013Wetsartikelen
Overlastverordening Coffeeshops Doetinchem art. 6.1.aanhef, art. 6.1.d
Beschrijving
De burgemeester wees het verzoek van X. om hem een vergunning te verlenen voor de exploitatie van een coffeeshop af op grond van de Overlastverordening Coffeeshops die bepaalt dat de vergunning wordt geweigerd indien de coffeeshop wordt gevestigd in de directe nabijheid van een school die door jongeren beneden de 18 jaar wordt bezocht. In de directe omgeving van de coffeeshop van X. was het Graafschapscollege gesitueerd. Tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar stelde X. beroep in bij de Rechtbank Zutphen die het beroep ongegrond verklaarde.
De Voorzitter oordeelt dat de Rechtbank op goede gronden tot het oordeel gekomen is dat deze bepaling tevens van toepassing is op reeds bestaande - doch niet vergunde - coffeeshops. Het is niet onredelijk dat de burgemeester ter invulling van het begrip ‘directe nabijheid’ een straal van 250 meter hanteert. De school is binnen deze straal gelegen. Het Graafschapscollege is terecht bij de beoordeling van de vergunningaanvraag betrokken, nu deze school wordt bezocht door leerlingen die jonger zijn dan 18 jaar. Dat de meerderheid van de leerlingen ouder is dan 18 jaar, doet hieraan niet af.
De overgangstermijn van anderhalf jaar die X. gegund was teneinde hem in de gelegenheid te stellen zijn coffeeshop, die hij reeds voor de inwerkingtreding van de verordening exploiteerde, te verplaatsen, is naar het oordeel van de Voorzitter niet te kort. De omstandigheid dat hij er niet in is geslaagd binnen die termijn een geschikte alternatieve locatie te vinden, kan de burgemeester niet worden tegengeworpen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, nu X. aan een, volgens hem, ten onrechte verleende tijdelijke vergunning geen recht kan ontlenen op het verkrijgen van een exploitatievergunning voor onbepaalde duur.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt reeds omdat een exploitatievergunning voor onbepaalde duur niet anders dan in strijd met de verordening zou kunnen worden verleend.
Hoger beroep ongegrond en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Vindplaats
- AB Rechtspraak Bestuursrecht 1998, 294 m.nt. FM



