Rb Maastricht: Onterechte weigering vergunning hennepbeurs op basis van motiverings- en zorgvuldigheidsbeginselen.
Weigering van vergunning voor houden van hennepbeurs - onder meer uit vrees voor verstoring van openbare orde - is in strijd met motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. Standpunten van burgemeester over (on)wenselijkheid van hennep als geestverruimend middel en over Nederlands gedoogbeleid inzake gebruik van softdrugs hebben betrekking op andere aspecten dan openbare orde en daaruit afgeleide componenten. Last tot vergunningverlening bij wijze van voorlopige voorziening.
Instantie
Rechtbank Maastricht, president sector bestuursrecht
Rolnummer
97/1897 VEROR VV DALWetsartikelen
APV Valkenburg a/d Geul art. 2.2.2.2
Opiumwet art. 3b
Awb art. 3:2, art. 4:16
Beschrijving
De burgemeester had geweigerd om aan X. vergunning te verlenen voor het houden van het evenement Highlife Hennepbeurs in de Geulhal (van 10 t/m 12 oktober 1997). Deze weigering was o.m. gebaseerd op de vrees dat het organiseren van deze internationale vakbeurs (waarop de toepassingsmogelijkheden van hennep zullen worden getoond), gezien de aantrekkingskracht op gebruikers van cannabis en de interesse van eventuele toekomstige gebruikers, zou kunnen leiden tot verstoring van de openbare orde.
De President overweegt dat de burgemeester zich op het standpunt stelt dat hij in het kader van de vergunningverlening zijn oordeel over de (on)wenselijkheid van hennep als geestverruimend middel mag betrekken. Verder is de burgemeester van mening dat het in Nederland gevoerde gedoogbeleid m.b.t. het - in beperkte hoeveelheid - eigen gebruik van cannabis niet in het rechtsgevoel is verankerd en door de algemene rechtsopvatting wordt veroordeeld.
Deze standpunten kunnen en mogen niet dienen als toetsingscriteria voor de onderhavige vergunningaanvraag, nu zij immers betrekking hebben op andere aspecten dan de openbare orde en de daaruit afgeleide componenten als bedoeld in art. 2.2.2, lid 2, APV. De burgemeester heeft niet kunnen aangeven waarop zijn vrees voor verstoring van de openbare orde berust. Bij hem bestaat slechts het vermoeden dat door de hennepbeurs een soort publiek zal worden aangetrokken dat softdrugs gebruikt of verhandelt. Het bestreden besluit is dan ook in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel.
De aan dit besluit klevende gebreken kunnen echter in beginsel in heroverweging worden hersteld, zij het dat de beslissing op het bezwaarschrift niet zal worden genomen vóór 10 oktober 1997. Ten overvloede overweegt de President dat hij niet vermag in te zien hoe de burgemeester in heroverweging opnieuw tot een afwijzende beschikking zou kunnen komen.
Schorsing van het bestreden besluit. Bij wijze van voorlopige voorziening wordt de burgemeester gelast om vóór 3 oktober 1997 aan X. voor de door hem te organiseren hennepbeurs een vergunning te verlenen, onder de aan evenementen in het algemeen gebruikelijk te stellen voorwaarden en onder die voorwaarden die voor het onderhavige evenement in het belang van de openbare orde als redelijk en noodzakelijk zijn te beschouwen.
Vindplaats
- Jurisprudentie Bestuursrecht, 4 (1997) 246 met noot van R.J.N. Schlëssels



