Delen
18 mrt 2005

Rb Utrecht: Terechte tijdelijke sluiting coffeeshop wegens verkoop zonder gedoogverklaring.

Terechte sluiting coffeeshop voor zes maanden wegens verkoop van cannabis zonder gedoogverklaring. Gemeentelijk beleid niet kennelijk onredelijk.

Instantie

Rechtbank Utrecht, Voorzieningenrechter

Rolnummer

SBR 05/422

Wetsartikelen

  • Opiumwet art. 13b
  • Actualisatie coffeeshopbeleid gemeente Amersfoort, 28 november 2002
  • Uitvoering gemeentelijk coffeeshopbeleid, 4 september 2003

Beschrijving

Verzoeker is coffeeshophouder, en heeft sinds 8 maart 2002 een gedoogbeschikking. In dat jaar wijzigt de gemeente het coffeeshopbeleid, de notitie Actualisatie coffeeshopbeleid gemeente Amersfoort wordt op 17 december 2002 door de raad aanvaard. De handhaving wordt aangescherpt, met name ten aanzien van overlast en de aantasting van het woon- en leefklimaat. Daarnaast worden nieuwe vestigingscriteria vastgesteld. De voorwaarden worden verder aangescherpt in de notitie Uitvoering gemeentelijk coffeeshopbeleid van 4 september 2003.

Voor de coffeeshophouder betekent het gewijzigde beleid dat hij op zoek moet naar een nieuwe locatie. De burgemeester stuurt hem op 15 januari 2003 een brief over het gewijzigde beleid en verzoekt de coffeeshophouder een andere locatie te zoeken. Op 7 oktober 2003 besluit de burgemeester de gedoogbeschikking voor de verkoop van cannabis te vervangen door een gedoogbeschikking die geldig is tot uiterlijk 1 februari 2005. In de tussenliggende periode moet de exploitant een nieuwe locatie vinden die voldoet aan de nieuwe vestigingscriteria voor coffeeshops. Het bezwaar van de exploitant tegen het besluit van de burgemeester de gedoogbeschikking in te trekken wordt niet ontvankelijk en in beroep ongegrond verklaard omdat het intrekken van een gedoogbeschikking geen besluit in de zin van de Awb is. Op 25 januari 2005 stuurt de burgemeester nogmaals een brief om eraan te herinneren dat de gedoogbeschikking afloopt.

Bij politiecontroles op 1 en 11 februari 2005 blijkt dat de cannabisverkoop in de coffeeshop gewoon doorgaat. Tevens wordt een minderjarige aangehouden aan wie zonder naar legitimatie te vragen herhaalde malen cannabis is verkocht. Hierop besluit de burgemeester op 16 februari 2005 de coffeeshop voor zes maanden te sluiten.

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van het door de gemeente gevoerde beleid en acht dit niet kennelijk onredelijk. De burgemeester heeft de coffeeshophouder tijdig geïnformeerd over de beleidswijziging en daarbij duidelijk aangegeven wat de gevolgen voor deze coffeeshop zouden zijn. De coffeeshophouder heeft geruime tijd de gelegenheid gehad om een andere locatie te vinden.

De voorzieningenrechter merkt nog op dat een gedoogbeschikking in principe nooit voor onbepaalde tijd wordt afgegeven. "Er is in de gedoogbeschikking weliswaar geen termijn genoemd maar de onzekerheid omtrent de duur van het gedogen is inherent aan het karakter van een gedoogbeschikking. Gedogen houdt immers niet meer in dan een bereidverklaring van het bevoegd gezag om de activiteiten in kwestie tijdelijk toe te staan, mits wordt voldaan aan de daarbij gestelde voorwaarden. Gelet op het karakter van een gedoogbesluit had verzoeker dan ook rekening moeten houden met de mogelijkheid dat verweerder andere inzichten zou kunnen krijgen omtrent het gedogen of omtrent de voorwaarden waaronder de verkoop van softdrugs zou worden toegestaan."

Links